Op karakter

Georgië wankelt, maar staat nog overeind. Voor ons bezoek aan Armenië kon het land onze hooggespannen verwachtingen niet helemaal waarmaken. Dankzij het politieke isolement van datzelfde Armenië krijgen de Georgiërs nu een tweede kans: rechtstreeks naar Turkije is door de hermetisch gesloten grens onmogelijk. De Armeense douaniers voeren de druk nog wat op door ons een zak abrikozen mee te geven voor de reis en ons vriendelijk uit te zwaaien. De voortekenen zijn ongunstig: donkere wolken pakken samen boven het kille landschap van het Javakheti plateau. Langs de beroerde weg staan vervallen hutten met gras op het dak. Voor Georgië onkarakteristieke armoede en kleurloosheid. Onder het dreigende kasteel van Khertvisi aarzelen we: durven we Vardzia te bezoeken? Tusheti en Khevsureti hebben ons voorzichtig en wantrouwend gemaakt. Wat als de imposante grottenstad sinds ons gastvrije onthaal negen jaar eerder in een pretpark is veranderd?

Liever rijden we door naar Akhaltsikhe, waarvan we tenminste zeker weten dat de flamboyante ex-president Mikheil Saakashvili er een pretpark van heeft gemaakt. Het Rabat kasteel is gedisneyficeerd tot een glamoureuze, nieuwe uitvoering die weinig met het origineel van doen heeft. De herbouw heeft een nieuw en gepolijst paleiscomplex met veel pracht, praal en beton opgeleverd – volgens hen die overal iets positiefs uit weten te halen. Een zielloos, klinisch openluchtmuseum voor degenen met een wat kritischer inborst. In de kasteelpassages vinden we louter lege kamertjes. Akhaltsikhe is nep en oogt nog minder authentiek dan het Zwaluwnest op de Krim of het Marmeren centrum van Ashgabat. Het kan Rune weinig schelen: overal staan fonteintjes en in een mum van tijd zijn zijn kleren volledig doorweekt.

Op de hartelijkheid van Dali durfden we niet te hopen na de zakelijke ontvangst in het noorden van het land. Dankzij onze gastvrouw schiet Georgië weer omhoog in onze achting. Kamers verhuren is voor de arts niet meer dan een hobby: onze twintig euro heeft ze niet nodig en wordt gebruikt om de studie van haar dochter te financieren. Dali houdt ervan om te discussiëren met ons en haar vriendinnen; stuk voor stuk hoog opgeleide, zelfstandige vrouwen. Ze staat erop dat we drie maaltijden per dag mee-eten – auberginepuree, khachapuri en andere Georgische specialiteiten – en opent een fles wijn van bijna 140 euro. Toast na toast volgt: op onze kennismaking, op onze ouders, op de liefde, op onze broers en zussen, op onze gezondheid, enzovoort. Rune maakt goede sier met zijn enthousiasme: “Ik wist niet dat kompot zo lekker kon zijn. Veel lekkerder dan in Oekraïne!” We drinken op onze kinderen, op de toekomst en laten onze glazen voor de afwisseling ook een paar keer met chacha vullen.

Volgens Shorena, een vriendin van Dali, is het oosten van Turkije eigenlijk ook Georgisch gebied. Shorena onderbouwt haar claim niet met het Verdrag van Kars uit 1921, waarin betwiste gebieden onder Turks gezag kwamen, maar met een origineler argument: “Als ik in Turkije ben kan ik aan de lucht ruiken dat het ons land is. De wolken bewegen er net als bij ons, dus het is Georgië.” Ja, kom er maar op. In plaats van de makkelijke weg naar de Turkse grens te nemen, richten we onze ogen eerst op de 2025 meter hoge Goderdzipas. De weg valt mee; onze keuze om eerst wat tijd in Adjara door te brengen tegen. Koeien staan opeen gepakt onder de balkons van houten huizen. De pas is in mist gehuld; daarachter klettert de regen neer op de groene bergen en oude boogbruggen van Adjara.

Batumi, de hoofdstad van de autonome republiek, is onherkenbaar veranderd sinds een in 2009 ingezette building boom. Echt beter is het er niet op geworden: een kitscherig ‘piazza’ naar Venetiaans model, kitscherige torens op de boulevard en met het Evropas moedani – dat in Eurodisney niet zou misstaan – bewijs dat het allemaal nóg kitscheriger kan. We beginnen stilletjes aan te twijfelen aan de goede smaak van Saakashvili. De Chachatoren die dagelijks om klokslag 19:00 chacha spuit (een trefzekere manier om alle zwervers uit je stad op één plek te concentreren) laat het vandaag afweten. Het reuzenrad even verderop staat stil. Hordes Turkse toeristen overspoelen de stad, op zoek naar striptease, casino’s en goedkope drank. Het klinkt allemaal een stuk leuker dan het is. De neonverlichting van Batumi draait overuren, maar tussen de verregende palmbomen wil het maar niet echt gezellig worden. Goed, het is niet allemaal goud wat blinkt in Georgië, maar liever dan aan het ontaarde Batumi denken wij terug aan onze ontmoetingen met de kleurrijke, eigenwijze en trotse mensen die Georgië karakter geven. De dertig kilometers aan troosteloze, roekeloos volgebouwde kust die ons nog scheiden van de Turkse grens zij dit afwisselende land vergeven.

The VVitch: A New England Folktale
Eenzame hoop

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*