Opvoedingsonbekwaam, volgens de norse hovercraftbestuurder

“We waren bijna vergeten hoe koud de winter kon zijn,” zei Ljoeba. Op de een of andere manier was het geen geruststelling een dergelijke constatering uit de mond van een Russin te horen. Ljoeba was onze gids en liep in haar skibroek met ons langs de oevers van het Onegameer. Met ons kleine meisje bij ons wilden we niet voor verrassingen komen te staan in winters Rusland en hadden we de hulp van Karelskie Kanykupi ingeschakeld. Niet liften, vooraf precies weten waar we zouden slapen en een programma in gebrekkig Engels op papier. Het voelde een beetje aan als valsspelen, maar de kring van witte rijp die zich langzaam uitbreidde op de om onze slapende Ilva gewikkelde sjaal billijkte onze drang naar controle. “Vandaag is het weer wat warmer,” zei Ljoeba. “Het vriest nu maar twintig graden.” Dat was buiten de harde noordoostenwind gerekend, die hier vrij spel had vanaf Europa’s op één na grootste meer.

Ik weet wat ik leuk vind (EH)

Aan de Onhskaya naberezhnaya waren tientallen sneeuw- en ijssculpturen geenszins van plan te smelten, puur en alleen omdat het festival ter gelegenheid waarvan ze waren opgericht toevallig al tien dagen voorbij was. Vreemdsoortige vissen, woeste golven trotserende vissers met baarden, Vladimir en Estragon die besloten hadden dat ze net zo goed hier op Godot konden wachten en Alice in Wonderland bij een blowende rups op een paddenstoel waren handig uit gigantische blokken sneeuw vormgegeven. De trappen naar het stadhuis beklimmend kwamen we bij de ijssculpturen. Zo bezien waren de prachtige sneeuwbeelden maar grof werk. De fijne details in ijs werden door de opkomende zon in vuur en vlam gezet. Sjamanen in wolvenhuiden, tere bomen met breekbaar gebladerte en taferelen uit de Kalevala leken tot leven te komen in de warmende gloed van de zon.

Boven ons wapperde de driekleur van de Karelische republiek: rood, groen en blauw. De rode baan stond voor het verbroederende communisme, de groene voor de alomtegenwoordige bossen en de blauwe voor het vele water. Karelië telt 60.000 meren en 11.000 rivieren en meer dan de helft van de oppervlakte bestaat uit bossen, dus die laatste twee kleuren snapte ik nog wel. Sinds 1991 stond de rode kleur ineens voor de zon. Die is geel, dacht ik nog, maar in de richting van het Onegameer kijkend kleurde de zon inderdaad helrood, zo vlak boven de horizon en de in het ijs van de haven vastliggende schepen. Nou vooruit dan. Nu we toch beelden aan het bekijken waren konden we nog wel een eindje langs het meer oplopen. Hier stonden de door zustersteden geschonken beelden, zoals de dynamische vissers uit Duluth die hun netten in Onega uitwierpen. De wensboom uit Umeå was ook leuk, maar dan vooral omdat je er een wens in kon fluisteren die in vervulling zou gaan als je de boven in de boom bevestigde belletjes in de wind hoorde rinkelen. Een ondernemende Rus had de belletjes ontvreemd en mee naar zijn huis genomen.

Gevangen in ijs I (EH)

Pas na vijf minuten gevoel terugkrijgen was de manier van mijn vingers om me te vertellen dat ze het niet eens waren met Ljoeba’s eerdere opmerking dat het vandaag wel meeviel met de kou. Ik kreeg Ilva’s wandelwagen niet ingeklapt met mijn handschoenen aan en toen ik hem daarna zonder bij het metaal aanraakte bleek dat dit behoorlijk afkoelt met dit weer. Toen ik het proces een dag later herhaalde wist ik het zeker: ik had twee vorstblaren op mijn vingers. De resterende hoogtepunten van Petrozavodsk bestonden uit een beeld van Lenin met mohawk van sneeuw, een stuk of wat theaters, een tractorfabriek en een beeld van tsaar Peter de Grote. Net als drie jaar geleden in Kaliningrad moesten we constateren dat de stad een zekere gedaanteverwisseling had ondergaan: weg waren de kathedralen van de stad die vroeger alleen per boot bereikbaar was, maar de intimiderende tank die aan de Tweede Wereldoorlog herinnerde was een aanwinst.

De charme van Karelië zit ‘m niet in een hoge concentratie van toeristische attracties, maar eerder in de onvoorstelbare uitgestrektheid. Niets dan berken- en naaldbossen, van het Onega- en Ladogameer in het zuiden tot daar waar Rusland Kola gaat heten en op dezelfde manier nog een stukje verder gaat. Bossen, rivieren en meren tot waar het land in de Barentszee verdwijnt; een zich herhalend landschap over moeilijk te bevatten afstanden. Dit onmetelijke te mogen ervaren was het mooie aan Karelië en daar droegen de borden langs de weg hun steentje aan bij. ‘Murmansk, 928 km’, las ik onderweg naar ons hotel, nog geen twee kilometer later gevolgd door ‘Murmansk, 932 km’. Tweehonderd meter verderop gaf een pijl aan dat we wel degelijk in de richting van Murmansk reden en nog geen vijf minuten later lazen we ‘Murmansk, 910 km’. Tussen Petrozavodsk en Murmansk, de volgende plaats van betekenis, lagen alleen kleine dorpen.

We waren weer eens in zo’n land terecht gekomen waar je geen toiletpapier in de wc mocht gooien. Afgezien daarvan hadden we weinig te klagen over Zagorodnij Klub Aviaretro, waar elk houten appartementje een klein voorportaal had zodat alleen de buitenste deur aan de binnenkant onder de rijp zat. Hier konden we langlaufski’s, sneeuwscooters en sleetjes huren. Met Ilva bij ons werd het de minst uitdagende van de drie opties, maar sleeën over het bevroren Konchezeromeer was voor haar al spannend genoeg. De sneeuw glinsterde als miljoenen kleine kristallen toen we met een stralend blauwe hemel boven ons over het dikke pak gleden. De sneeuw lag hier één, soms wel twee Ilva’s dik en alleen daar waar sneeuwscooters de sneeuw voldoende hadden aangedrukt om niet kniediep weg te zakken konden we vooruit komen. Zover we konden kijken zagen we niets dan sneeuw, eilandjes met naaldbomen en de berkenbossen op de oevers. En het voelde veel warmer dan de temperatuur die Ljoeba ons die ochtend beloofde. Tot we omkeerden en de felle wind van voren kregen dan.

Sneeuwpret (EH)

Ik voelde me al redelijk ingeburgerd toen bleek dat ik de ontbijtkaart de volgende ochtend zonder woordenboekje kon ontcijferen en een paar hulpeloze Fransen zonder Cyrillische vaardigheden uit de brand kon helpen. Ingeburgerd – niet thuis. Zelf ben ik namelijk een uitgesproken voorstander van verplicht buiten roken, zeker bij onverantwoord arctische omstandigheden, maar zelfs een politiek zwaargewicht als Poetin heeft er een rookverbod in Rusland nog niet doorheen gekregen. De serveersters van Aviaretro verveelden zich helaas wat minder opzichtig dan de drie obers een dag eerder die om kwart over zeven ’s ochtends al menukaarten naar elkaars hoofden gooiden om de tijd te doden.

Tijd om de serveersters te provoceren hadden we niet, want er stond een bouwvallige Wolga met bijpassende chauffeur op ons te wachten. Gouden tanden, snor en telefoon die niet uit kon. De rit was Eva te enerverend maar bleef zonder noemenswaardigheden, op een ommetje door de berm na toen vol op de rem staan niet langer voldeed om een midden op de weg stilstaande auto te ontwijken. Wel jammer was dat de chauffeur niet wist waar we moesten zijn. De bestuurder van de hovercraft waarmee we naar het eiland Kizhi zouden reizen had het wachten al haast opgegeven.

“You crazy!” schold de lijvige hovercraftchauffeur ons recht in ons gezicht uit. Op Kizhi was het vandaag -30 °C. Een koude vinger riskerend om te laten zien dat het hem menens was schreef de besnorde kerel de angstaanjagende temperatuur in de sneeuw. Vergeet wind en gevoelstemperatuur – de samenvatting van het weerbericht was zo al moeilijk genoeg te verwerken voor ons. Wat voor waardeloze ouders waren wij dat we een kind meenamen onder deze omstandigheden? Nu worden Russen ook wel ontzettend bemoederd, hun hele jeugd lang. Ooit las ik in een verhaal van Jelle Brandt Corstius dat de kleintjes beneden de twintig graden niet zonder muts in de zandbak zitten en wij mochten deze week al ervaren dat de eeuwige binnentemperatuur van 26 °C snel gaat tegenstaan.

Toch valt niet te ontkennen dat we ons zorgen maakten. De kou ontvluchten kon in de houten gebouwen en in de hovercraft. Ilva pakten we in in thermo ondergoed, wintersokken, beenwarmers, stevige schoenen, een rompertje, broekje, vest met capuchon, jasje, skipak, dekentje, zitzak van de wandelwagen, das, muts, beschermende sjaal en gezichtscrème, waarvan de laatste drie, vier lagen pas zodra we Kizhi bereikten. Langlaufers met grote backpacks en hordes ijsvissende Russen passerend raasden we noordoostwaarts, met een chagrijnige Eva naast me. Achteraf zijn zuurpruimen altijd de leukste personages in mijn reisverhalen, maar ja, achteraf is ’t mooi wonen. Op dit moment vergalde de norse bestuurder Eva’s humeur behoorlijk. De drie uit Rusland afkomstige toeristen die de hovercraft met ons deelden – handen vol kloven, de niet ontbrekende tanden geel en vossenstaartmuts op het hoofd – waren allerminst spraakzaam en dachten waarschijnlijk het hunne over onze opvoedingsbekwaamheid.

Hovercraft! (EH)

“You are brave people,” verwoordde Elena het op Kizhi wat vriendelijker. Op eigen gelegenheid het UNESCO werelderfgoed op dit eiland verkennen was er niet bij en weer of geen weer, onze gids zou het programma volgens het boekje afwerken. Met de zon volop schijnend en een helderblauwe lucht boven de koepels van de Transfiguratiekerk leek het wat minder koud, maar Elena beaamde de eerder door de hovercraftbestuurder genoemde temperatuur. Bij deze kou bevriezen je neusharen, maar daar hebben kindertjes misschien minder last van dan volwassenen. Ilva’s wangen regelmatig voelend en op en neer wippend om wat warmte richting onze voeten te sturen moesten we aanhoren hoe de houten kerken met enkel bijlen en nagenoeg zonder spijkers in elkaar waren gezet. Knap hoor. Zelfs de rijk versierde dakpannetjes van de drieëndertig koepels op Kizhi waren met de bijl vervaardigd.

Alle gebouwen op Kizhi waren van hout; het leek of we midden in een sprookje waren beland. Binnen in de Voorspraakkerk, een veel logger gebouw dan de hogere en adembenemende Transfiguratiekerk, liep Ilva als een maanmannetje in haar vele laagjes kleding rond. Ze merkte het amper toen ze achterover tegen de houten vloer ging. Dit was de kerk die vroeger ’s winters werd gebruikt, maar dat betekende allerminst dat het hierbinnen aangenaam toeven was. De dagen dat de Kareliërs op Kizhi bijeen kwamen voor heidense spelletjes waren reeds lang vervlogen. Voor één keer kon ik me neerleggen bij het verloren gaan van heidense gebruiken, bij het zien van dit harmonisch geheel van houten kerken (er was er zelfs een bij uit dertienhonderd zoveel), woonhuizen en schuren. Met buiten de palissade de droogrekken, molen en sauna op de achtergrond was het moeilijk te zeggen in welke eeuw we ook alweer leefden.

Sprookjeswereld Kizhi (EH)

Na een rondje over het schiereiland Zaonezksky te hebben gelopen, met Ilva inmiddels rustig slapend in de wandelwagen, zochten we de warmte van de hovercraft weer op. De bestuurder leek een beetje ontdooid te zijn, voor zover dit mogelijk is bij min dertig. Misschien hadden we vandaag gewoon de gevoelsmatige temperatuurgrens bereikt waar beneden Russen wat ontoeschietelijk worden, of misschien had hij nu gezien dat met Ilva alles in orde was. Ons meisje kan wel wat hebben. Na de 68 kilometer lange tocht over het witte niets wenste hij ons zelfs het beste.

Er waren ook ineens veel meer kinderen buiten in Petrozavodsk, gure wind of niet. Vandaag werd de heroïsche verdediging van het moederland gevierd en het was dus feest in de stad. Vanochtend zag ik de vier leden van de ПКР al feestvieren of demonstreren; da’s altijd lastig te zien bij radicale splintergroeperingen. Ze hadden in ieder geval rode vlaggen en heldhaftige marsmuziek meegenomen. Kinderen beklommen de sneeuwsculpturen aan het Onegameer en reden rondjes op met dikke dekens tegen de kou beschermde paarden. In een afgeladen restaurant stonden anjers op alle tafels en werden we op glazen kvas getrakteerd. Ja, iedereen greep de herinnering aan de voor Rusland gevallen helden aan om te spelen of het op een drinken te zetten en het Museum voor Beeldende Kunsten was uitgestorven. We vonden minder op de Kalevala geïnspireerde kunst dan we hadden gehoopt, maar de foto-expositie ‘Als ik geen leraar zou zijn’ was vermakelijk. Een wiskundeleraar als Romeinse keizer, een techniekleraar als psychopaat of superheld – dit was me niet helemaal duidelijk – en weer een ander als de fetishnichten bekorende politieman met uitdagende blik in de ogen en dito knuppel in de hand.

De taxirit terug was zo mogelijk nog spannender dan heen. Eerst kostte het maar honderd roebel. “Weet je wel waar Aviaretro ligt?” vroeg ik. “Nee…” De man die 800 vroeg had een boeventronie om zo mee in een Russische gangsterfilm te kunnen spelen. Dan liever met de man met het boeventronie om zo mee in een Russische gangsterfilm te kunnen spelen die de helft vroeg. Hij moest nog wel even een pakketje afgeven onderweg. Tussen vale houten huisjes en betonnen flats reden we naar een plek waar een plastic tas met onbestemde inhoud werd afgegeven. Hier zaten vast geen worstjes voor zijn moeder in. Daarna reed onze chauffeur vol gas de stad uit, niet alleen druk telefonerend maar ook met een oog naar de autoradio met videoscherm met daarop schunnige Russische hiphop clips kijkend. Met drie taxiritjes en drie bijna-botsingen zetten we een mooie score neer. Met een handrembochtje in de sneeuw liet de chauffeur zien zijn beroep nog lang niet beu te zijn.

Sledehondenmenner Fiepke (EH)

Reizen met sledehonden was hier wellicht veiliger. Langs rijk met ijspegels behangen houten hutjes, eindeloze bossen en af en toe een strijdlustig de hemel in wijzende raket reden we de volgende dag naar Matrosy. Het was vandaag met -15 °C en lichte sneeuw voelbaar warmer. Toch kregen we dikke broeken tegen kou en nattigheid voor we op de slee mochten. Op één van de Franse toeristen met wie we die dag optrokken na hadden we die extra broek eigenlijk niet nodig. De Fransman in kwestie werd heuvelaf op topsnelheid van zijn slee gelanceerd en verdween kopje onder in de sneeuw, terwijl de slee zelf zich met zijn vrouw vijftig meter verderop in een boom boorde. Daarmee hadden we het wildste van deze honden wel weer gezien, want de uit Chukotka afkomstige dieren waren veel liever dan we verwacht hadden. Met “Alè!” en “Brrr!” beheerste ik voldoende van de taal van de hondenmenners om de slee met Eva en Ilva met goed gevolg over een heuvelachtig parcours tussen berken en naaldbomen door te leiden. Bergaf wat sneller dan bergop, met een gekantelde slee tot gevolg, maar spectaculair werd het niet. Daarvoor moet je misschien een hele week met de honden op pad gaan.

Het weer opwarmen bij een kampvuur in een wigwam was zeker zo leuk. Dikke lagen sneeuw gleden aan de buitenkant naar beneden naarmate er meer rook omhoog werd gespuwd. De forelsoep met een hele vissenkop op de bodem en de Karelische veenbraamdrank (een soort sterke versie van mede) smaakten prima en Ilva was de schrik van de sledetocht al lang weer te boven. Thuis in Drenthe bleef ze maar huilen in de sneeuw, maar de shocktherapie hier in Rusland werkte uitstekend.

Gevangen in ijs II (JS)

Eva en ik zouden onze eigen shocktherapie niet lang meer ontlopen. Nog eventjes en dan moesten we het weidse en verlaten Karelië weer inruilen voor de drukte van een miljoenenstad. Onze laatste dag in het koude noorden begon in Martsialnye Vody, een door tsaar Peter de Grote opgericht kuuroord. Nu heb ik, zeker na deze zomer in het Servische Prolom Banja tussen de mismaakten der aarde te hebben gezeten, zo mijn eigen mening over kuuroorden, maar strenge winters als deze zijn net iets te veel voor de zwakkeren in de samenleving en het plaatsje maakte een uitgestorven indruk. Martsialnye Vody dankte haar naam aan het ijzerrijke bronwater. Je weet wel, van ijzer kun je toffe dingen als kanonskogels en duikboten maken, kanonskogels horen bij oorlog en Mars is de god van de oorlog. Water van Mars, dus. Vergezocht, of niet dan? Het water smaakte, zoals we inmiddels verwacht hadden, erg smerig en Ljoeba gaf op voorhand al toe dat het allemaal niet zo interessant zou zijn. Ze weten het hier wel te verkopen. Toch waren het oude, houten museum en de Scandinavisch ogende kerk – waar het binnen kouder was dan de min vijftien buiten – best aardig onder dit dikke pak sneeuw.

Aardig, maar niet meer dan een opwarmertje voor de ware attractie vandaag: de bevroren waterval van het Kivach natuurreservaat. De twee rivieren Suna en Shuja, tevens zussen van elkaar, stroomden altijd parallel samen, tot Suna zich op een ochtend versliep en haar zus uit het oog verloor. In blinde paniek raasde ze voort, zoekend naar Shuja en er niet op lettend waar ze stroomde. Ze vloog uit de bocht en zie daar, een flinke waterval ontstond. Nu er een dam in de rivier is gebouwd was Kivach minder indrukwekkend dan voorheen, maar in bevroren staat spreekt een waterval best tot de verbeelding. IJspilaren en –kolommen, razend water dat door de ijsspiegel probeerde te beuken en weigerde zich aan de vorst gewonnen te geven, schijnbaar vredige witte vlakten die Kivach aan boven- en onderzijde flankeerden en hoge naaldbomen op koude, grijze rotsblokken zorgden voor een dramatisch winters tafereel waar een sluimerende dreiging vanuit ging.

En zo gaat dat maar door (JS)

Op de Russische wegen sluimert de dreiging steevast. Luttele minuten voor ons verongelukten twee vrachtwagens op nogal afgrijselijke wijze, een spoor van ravage in het berkenbos en een massa verwrongen metaal achterlatend. Eergisteren zagen we al een uitslaande brand toen we achter om en nabij twintig kilometer per uur rijdende brandweerauto’s met zwaailichten bumperkleefden. Minder spanning is geen ramp. En minder spanning kregen we, in het poppenmuseum in Petrozavodsk waarin ons over Russische huisgeesten werd verteld. Wie graag Russische sprookjes leest weet al dat ze achter de kachel, onder het bed, in de schuur en in de sauna wonen. Sprookjes lezen heeft trouwens ook mijn voorkeur boven poppen bekijken.

In Karelskaja Gornitsa namen we afscheid van Karelië. In dit restaurant stond elke tafel in een als Karelisch huisje vormgegeven kamer, compleet met serveersters en zangeressen in klederdracht. Die zagen er sexy uit en met een dansende Ilva als excuus was er voor mij geen reden om terug naar onze tafel te lopen. Het enige minpunt aan dit restaurant was dat er beer op het menu stond. Dat menu was sowieso interessant. Ooit wel eens koude, licht alcoholische soep met prik gegeten? Okroshka is waarschijnlijk je beste kans om deze smaaksensatie te mogen ervaren. Ja, het smaakt net zo goed als het klinkt, al moet ik er misschien bij vertellen dat het tjokvol komkommer, ei en ongedefinieerde stukken vlees drijft. De Kareliërs eten okroshka op heel hete dagen. Aangezien het hier in de zomer meestal niet warmer dan vijftien graden wordt is dit waarschijnlijk een grapje waarmee de lokale bevolking bedoelt te zeggen dat ze deze soep nooit eten.

De halve liters mede had ik snel gevonden, maar het kopje ‘gerechten uit het verleden’ ontdekte ik pas op de allerlaatste bladzijde. Uunipotatti was een nieuw leven ingeblazen recept uit lang vervlogen tijden. Alle mensen uit lang vervlogen tijden zijn dood en dit heeft een reden, zo merkte ik: ontzettend vet en zout eten. Wat was dit een geweldig restaurant. En wat is Karelië een geweldig deel van Rusland. De twee Finnen in Karelskaja Gornitsa waren het roerend met ons eens. “Sociale angst is de volksaard van de Finnen,” erkenden ze, maar Finland en Rusland hadden meer met elkaar gemeen dan de meeste inwoners van beide landen dachten en deze overtuiging verleidde de heren zelfs tot een praatje met ons. Inderdaad hadden Eva en ik deze vakantie meer een idee gekregen van hoe Finland eruit ziet dan vorig jaar in Helsinki. Karelië was prachtig, zeker in de winter, maar vier dagen was natuurlijk veel te kort. Valaam, de Solovetsky eilanden en de petrogliefen van het Onegameer zouden ons nog wel eens terug kunnen lokken – met de nodige borden okroshka als mogelijke bonus.

Ik weet niet veel van kunst
Te koud voor de meeste Russen

1 Comment

  1. Привет Випке и Ева!

    Erg leuke verhalen, herken een boel van mijn trip naar Karelie in de zomer. Minder absurde temperaturen maar net zulke bizarre Russen.

    Пока, Томас

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*