Overgangsgebied

De schilders in Polanica-Zdrój leggen hun kwasten regelmatig terzijde om een slok bier uit hun kroes te nemen. Bij ijssalons in het kuuroord is er keuze uit vier verschillende smaken en om in deze uithoek in het zuidwesten van Polen te komen, rijden we voorbij wegwerkzaamheden waar met de rode kant van het bordje gebaard wordt dat we door mogen rijden. Het doet allemaal al iets Oost-Europeser aan, al zijn de nuances hier in Silezië subtiel. Tsjechië ligt op een steenworp afstand en aan de protserige architectuur van het voormalige Altheide-Bad is overduidelijk te zien dat dit deel van Polen ooit aan Duitsland toebehoorde.

Het is met 24ºC warm wanneer we op 5 april Polen binnenrijden, maar op de plateaus van het Góry Stołowe ligt nog sneeuw. In de omgeving van Polanica-Zdrój voelt Silezië aan als een overgangsgebied. Een kruispunt van invloedssferen, waar elementen uit West-, Midden- en Oost-Europa schijnbaar net zo lukraak worden gecombineerd als de ingrediënten van de Poolse pierogi. Het slechtste uit deze windrichtingen komt in het regenachtige Kudowa-Zdrój samen in de vorm van het Kikkermuseum. Behalve de ongeleide mengelmoes aan kikkerprullaria telt het dorp gelukkig nog een verzameling: een macabere collectie van beenderen en schedels. In de Kaplica Czaszek, de Schedelkapel, is het resultaat van achttien jaar verzameldrift overal te zien. De door de plaatselijke priester en doodgraver opgegraven stoffelijke resten sieren elke wand en elke nis. Op het altaar liggen de schedels van een Tataarse krijger, een reus en het misvormde exemplaar van een syfilispatiënt. Voor veel van de opgegraven botten was geen plaats meer aan muren of plafond: onder de stenen vloer ligt een crypte van vier meter diep waar de menselijke resten achteloos opeengestapeld liggen.

nop1

Boven de Szczeliniec Wielki maken de grijze wolken langzaam plaats voor blauwe lucht en voorzichtige zonnestralen. Ook hier, bovenop de hoogste tafelberg van het Góry Stołowe, is de winter voorbij. Slechts waar de schaduwen van de hoge rotsblokken zelfs overdag niet wijken is de sneeuw nog blijven liggen. Een wandelpad leidt door een stenen doolhof met rotsformaties als de Kameel, Aap en Leunstoel en daarna naar beneden langs een steile rotswand. Officieel is het pad nog gesloten en de berghut bovenop Szczeliniec Wielki is nagenoeg uitgestorven.

Gebouwen van steen maken plaats voor houten huizen wanneer we verder naar het oosten rijden. Reclameborden langs de weg worden schaarser; jongens lopen met melkbussen over straat. Bruinoranje bergen vol naaldbomen vormen de voorlopers van het Bieszczadzki Nationaal Park – een afgelegen, aan twee zijden door Oekraïne omsloten stukje Polen. Een door de rest van het land vergeten stuk, zo lijkt het. Na een onweersbui beklimmen we de 1346 meter hoge Tarnica. De beukenbossen zijn nog kaal en het is koud op de onbeschutte bergkam, maar de edelherten, een vuursalamander, bloedzuiger, geelbuikvuurpad, beverdam en lynxenpoep maken veel goed voor Ilva en Rune. Minstens zo gelukkig ben ik ‘s avonds met warme mede en placek po bieszczadzku: aardappelpannenkoek gevuld met schapengoulash. Niet slecht in een land waar de nationale cuisine bestaat uit deegballen gevuld met vlees, deegballen gevuld met vis en deegballen gevuld met pruimen. Het doet allemaal steeds Oost-Europeser aan. Oekraïne is vlakbij.

nop3

wienowaana's
Voordat het echt begonnen voelt

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*