Perpetual, maar het leek langer

Het was niet moeilijk onze vrienden te overtuigen samen met ons terug te keren naar Roemenië. De door Eva en mij vertelde verhalen over het land waar schaarsgeklede dames voor gouden palmen dansten en zorgden dat je nimmer zonder bier in de door hen met reusachtige waaiers toegewuifde koelte hoefde te vertoeven (Eva’s versie verschilde mogelijkerwijs van de mijne), werden aangehoord door gretige oren. Aan deze oren zaten onze vrienden Joost en Frank vast. Aan hen zaten ‘de vriendinnen van’ vast: Annelies en Paulien.

En zo geschiedde het dat we dit jaar met z’n zessen de Roemeense ambassade in Den Haag bezochten om een nieuwe sticker te halen. Bovendien waren de treinkaartjes nu ook een stuk goedkoper. Lang leve de groepskorting van het Super Retourtje! Natuurlijk moesten we nu wel meer rekening met anderen houden. Zo moest Annelies onderweg in Oostenrijk opgehaald worden, alwaar ze eerst een weekje spaß met haar ouders zou hebben in het goed spazierbare Tirol. De dames waren bovendien van mening dat twee weekjes Oost-Europa (meer dan) genoeg zou zijn. Destijds hadden hun kerels nog een eigen mening, dus waren we van plan de derde week met z’n vieren te blijven om echt leuke dingen te gaan doen.

Geniaal spel

Met zes personen reizen had ook andere dan financiële voordelen. In een groep heb je namelijk altijd iemand over wie er grappen gemaakt moeten worden en dat is Frank. Wat die jongen allemaal inpakte, daar kon je een Roemeens weeshuis gelukkig mee maken. Omdat de rugzak nu eenmaal propvol moest was het maar goed dat Frank een grote plastic voetbal inpakte. Die nam veel plaats in, maar was in ieder geval licht. Er zou tenslotte door de Karpaten gewandeld worden. Joost vond dat Frank beter platen lood had kunnen gebruiken om zijn tas op het juiste gewicht te krijgen. Met lood kon je inderdaad meer dan met de rotzooi die nu werd meegezeuld.

Hoe dan ook, Franks manier van reizen maakte wel dat we de rugzakken van elkaar konden onderscheiden. Praktisch ingesteld als wij mannen zijn bedachten we alledrie onafhankelijk van elkaar dat we een (nieuwe) rugzak nodig hadden. Bij Perry Sport was één rugzak afgeprijsd, dus vlak voor vertrek merkten we half geamuseerd, half geïrriteerd dat we met drie grote, paarse rugzakken Oostwaarts zouden trekken. Afijn, de zware was van Frank, degene met het libellennet van Joost en de tactisch ingepakte van mij.

Een reis van dertig uur met vijf personen in een kleine ruimte kan claustrofobisch, langdradig of tenenkrommend uitpakken (of een combinatie hiervan), maar dit was bij ons zeker niet het geval. We hadden namelijk het MAD-kaartspel meegenomen. Een soort pesten, maar dan erger. Zo kan iemand een ‘Trek er één, jij rakker’-kaart spelen. Om hem dan te laten ervaren dat het menens is kun je dan een ‘Te gek & wollig’-kaart opgooien, zodat ie drie kaarten van de stapel krijgt. Je moet dan natuurlijk wel hopen dat je tegenstander geen ‘Wat, ik me zorgen maken?’-kaart heeft, want dan krijg je een koekje van eigen deeg.

Geen grappen na 30 uur treinen (PS)

Toen we na twintig minuten eindelijk station Boxmeer bereikten leek Paulien kansloos voor de eindzege. Nu al stond ze bijna tweehonderd punten achter. Op het scoreverloop bij MAD is echter geen pijl te trekken. Toen we diep in Hongarije de magische duizend-punten-grens bereikten had iedereen wel eens aan kop gestaan. Annelies zorgde er in Oostenrijk voor dat we nog wat minder ruimte hadden in onze coupé, en zelfs MAD begon na uren en uren en uren een beetje te vervelen. Tijd om het potje Perpetual MAD voor gezien te houden.

Frank en ik besloten daarom mensen in andere coupés lastig te gaan vallen (inderdaad, de rest wou slapen en had ons uit onze coupé geschopt). Helaas waren die andere mensen Chinezen, dus besloten we zelf maar lastig gevallen te gaan worden. We arriveerden namelijk bij de Roemeense grens, alwaar een douanier het op ons had voorzien.

“Welkom in Roemenië,” sprak hij gastvrij. Als buitenlandse toeristen moesten we nu minimaal 100 DM omwisselen in Roemeens geld. Hmm, weer een of andere nieuwe formaliteit? Het klonk logisch genoeg. In Roemenië hadden we immers Roemeens geld nodig. Helaas spiegelde de beambte ons een erg ongunstige koers voor. Voor de portemonnees werden getrokken schreef ik een wisselkoers waar ik me beter in kon vinden op het papiertje van de man. Schamper lachend verliet de besnorde man onze coupé om elders wat bij te klussen. Onze vrienden blij dat ze niet waren afgezet, ik later blij dat de beste man niet op mijn aanbod was ingegaan. In Roemenië doen ze namelijk nog aan inflatie, en mijn schatting was enigszins achterhaald. Hoe dan ook, onze vrienden vonden Roemenië nu al de moeite waard, en dat terwijl er nog niets positiefs was gebeurd. Behalve dan dat we piepend tot stilstand kwamen in Arad en eindelijk de trein uit mochten.

Vissen, vuurtje stoken en schoenen weggooien
De voorbij-Parijs-reis

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*