Prettig, ja ja!

Zaterdagochtend ging de wekker al om vijf uur, gaf ik Eva een kusje en hadden we het beste van de dag alweer gehad. Ik reisde mee tot Predeal, waar ik afscheid moest nemen van Rineke en Eva, iets wat me na een maand samen toch moeilijker viel dan verwacht. Op mijn nu ineens erg lege kamer kon ik de slaap niet vatten en ging dus maar naar het hotel. Na het klooster bezocht te hebben gooiden Coen en ik nog een tijdje over (en weer) met de American football, zodat ie die toch ook niet voor niets had meegenomen. Mijn matje en slaapzak had ik al naar het hotel getransporteerd, want ik wilde ook wel eens in zo’n luxe kamer slapen. Ze komen toch niet midden in de nacht met een zaklamp controleren of er iemand extra bij is komen liggen.

Na alle actie op het politiebureau (haha, de Roemeense politie en actie!) was het nu misschien een goed idee om iets rustigers te doen. En wat is er nou rustiger dan klassieke muziek in een kerk? Voor je je fantasie de vrije loop laat, zondag gingen we dus naar een concert in de Saksische weerkerk van Prejmer. Ferdinand had ons hiervoor uitgenodigd en zijn ‘Mittstreiter’ om het orgelen in Roemenië te promoten zou een vrolijk orgeldeuntje weggeven.

Dit is niet mijn (Orgel)Gott (JS)

Voor het zover was bezochten we Hărman nog (seen it), waar we halve liters Ciucaş voor zestig cent dronken. Na de saaie tocht naar Prejmer waren we te vroeg voor het concert, dat volgens Ferdinand om zes uur zou beginnen. Een gebakje en een ijsje later besloten we om kwart over vijf dan maar vast een rondje om de kerk (ja, daar maakte ons pap ook al grappen over) te lopen, maar we werden weggestuurd omdat er een concert aan de gang was. “Da’s fraai,” meenden wij, en Ferdinand noemend mochten we toch nog naar binnen. ‘t Was met twee violen, een kerkorgel(tje) en hoge zuivere vrouwenzang, best mooi. Dat we daarna sap en een lift naar Braşov kregen was ook niet verkeerd.

Na een dagje lekker in de natuur te hebben gewandeld gingen we dinsdag ten derde male naar Sectie 3 van de Braşover politie en, hoezee, het geld kregen we nu mee. De beurs zelf was niet teruggevonden, mijn studenten- en bankpas evenmin, maar het geld wel. Mijn geluk was dat ook anderen door deze bandiet waren beroofd, en deze slachtoffers hadden geen aangifte gedaan. Ik had voor Duits en Nederlands geld netjes de bedragen genoemd die ik bij me had (tip van Eva). De hoeveelheid Roemeens geld had ik licht opgeschroefd, en nu kreeg ik de volle aangegeven mep terug. Dat wou Bogdan ook wel eens proberen. Na een biertje op een terras in het centrum, waar we bediend werden door een ongelofelijke doos (“She must have had a private interview to get this job,” aldus Bogdan), konden we nu eindelijk naar Bran en Râşnov. Joop was dicht.

De volgende dag was prettig ja ja, want het was plotseling 15 augustus en er was er een jarig. Ons pap, mam en Coen waren vast blij dat ze het gezang, dat de heuglijke dag reeds een volle 48 uur had aangekondigd, nu middels cadeau’s konden doen verstommen. Na wakker gezongen te zijn pakten we de trein naar Sighişoara, waar we in cabana’s op een camping op een heuvel tegenover het stadje vertoefden. Daar had je een schitterend uitzicht en halve liters voor 90 cent, waardoor we pas vrij laat in het stadje zelf aankwamen. Tel daarbij op een uur wachten op slappe soep bij het geboortehuis van Vlad Ţepeş, en zo’n beetje alles was intussen al gesloten. Wel was het haast alsof ze er wisten dat ik jarig was, want op ons terras speelde een vrolijke kale gast met ringbaardje blije, drukke liedjes op een keyboard.

Coen was de dag erna duizelig en had koorts, dus wachtte ik met hem op een terrasje terwijl ons pap en ons mam het geschiedenismuseum in de grootste toren van de stad bezochten. Hierna werd ik afgelost, om met ons pap naar het museumpje met middeleeuwse wapens te kunnen. Minder indrukwekkend dan Peleş, maar nog altijd met turbo vette maliënkolders en bijlen. We aten die avond in Sinaia helaas zonder Coen (die hier achteraf steen en been over klaagde, aangezien hij voor een kwart van de kosten van deze vakantie op moest draaien), maar wel lekker.

Hardcore Oost-Europa (JS)

Zaterdag begonnen we onze wandeling door de verschrikkelijk toeristisch geworden Valea Cerbului, waar het leek alsof heel Afghanistan in een tentenkamp zat (alleen hadden de vrouwen hier minder kleren aan). Zo gauw de weg begon te stijgen zag je gelukkig niemand meer en na de overduidelijke, niet te missen rechte-lijn-route die op een bergwei uitkwam zag je de routemarkeringen helaas ook niet meer. Zoals te verwachten liepen we verkeerd, moesten we dwars door een bos de berg afdalen en de rivier de Prahova doorwaden om op de snelweg tussen Predeal en Azuga uit te komen. Bier en mititei deden (wederom) veel deugd.

En toen was de vakantie afgelopen. De familie Smets vertrok weer naar Nederland en Fiepke bleef alleen achter. In de regen, die maandag weer begon, en waarschijnlijk ook niet meer zal stoppen. Vijf dagen al dat we het hier niet droog hebben kunnen houden, maar dat hoort erbij, bij die laatste loodjes.

Fiepke vs. De Loodjes: 1-0
Zigeuners, zover het oog reikt

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*