Ragnarök komt!

Toen ik na lang twijfelen de knoop doorhakte en besloot mijn best te gaan doen een vrije dag te regelen, was het plannen van de rest van het festival niet moeilijk meer. Hooguit zat de auto wat vol, aangezien Daan, Gijs en Rudolf (in totaal zo’n 300 kilo aan langharig metaltuig) alledrie mee wilden en het geen bezwaar vonden zes uur lang geörigamied in de Peugeot 205 te zitten. Zes uur, want het Duitse Lichtenfels was nou niet bepaald om de hoek. Maar voor zo’n line-up hadden we het graag over: op Ragnarök speelden vrijwel alleen pagan, folk en Viking metalbands. Veel traditionele instrumenten en clean vocals dus, maar de snoeiharde gitaarriffs zouden niet ontbreken. En dat voor 25 euro. Festivals in Nederland kosten gauw 50 euro meer en dan spelen er net twee of drie leuke bands. Als je geluk hebt. In plaats van dertien nu – niet slecht op een totaal van achttien bands.

Lichtenfels, Beierse Parel

Bij die festivals in Nederland (en België) is kamperen dan al wel inbegrepen. Ragnarök vond plaats in de stadhal van Lichtenfels en voor overnachtingen moesten we ergens anders zijn. De slaaphal leek ons erg vervelend en de enige camping in de wijde omgeving stond blank door hoge waterstanden. Bij elk Ferienhaus dat ik belde vroeg degene aan de andere kant van de lijn zich wanhopig af wat er dat weekend toch te doen was in het stadje. Na lang zoeken vonden we aansluiting bij een internationaal gezelschap dat het Naturfreundehaus in Demmelsdorf huurde, een kleine dertig kilometer verderop.

“Ik heb geen zin me ongemakkelijk te voelen,” zei Rudolf toen we wegreden uit Nijmegen. Waar hij op doelde weet ik inmiddels al niet meer, maar ongemakkelijk was het wel, achter in de Peugeot. De enige mogelijkheid het daar uit te houden was met de armen om elkaars schouders te gaan zitten. Telkens als we stopten veerde de auto vervaarlijk omhoog zodra de achteras verlost werd van zijn zware last. Gelukkig dat de grote bekers witbier en de worsten alleszins betaalbaar waren – zowel in het Naturfreundehaus als op Ragnarök zelf. Dat scheelde weer een hoop treetjes bier achterin.

Het was trouwens nog even spannend of we wel op tijd konden vertrekken. Om kwart voor zeven vrijdagochtend was daar wel een Gijs en wel een Rudolf, maar geen Daan. En dat terwijl Daan de avond daarvoor zou komen logeren omdat hij bang was anders niet op tijd wakker te worden. Daan maakte zijn vertraging ruimschoots goed door – zeer tegen zijn natuur in – het hele weekend lang niets te slopen. En als bijrijder zat ie ook goed op te letten. Al snel na het Ruhrgebied kwamen we in Duitsland de eerste witte borden met drie grijze strepen tegen. Alles frei! De Peugeot met vijf inzittenden haalde bergaf 170 kilometer per uur. Harder kon wel, maar leek mij onverantwoord. Bergop ging een stuk langzamer; dan ging de snelheidsmeter vrij rap terug naar de tachtig, waarna je meestal wel weer boven op de bult stond.

Alleen maar leuke bands

Ragnarök kwam, en met de snelheden die we op de Duitse Autobahn haalden kwam Ragnarök snel. Zeshonderd kilometer verderop parkeerden we aan de rand van het minuscule Demmelsdorf, waar jagerstorentjes de velden aan alle kanten omringden. Wat moest het leuk zijn hier cavia’s uit te zetten om een middagje te hobbyen. Bij gebrek aan rondknorrende knaagdieren bood een koelkast vol halve liters Weizenbier alternatief vertier. Samen met twee Zwitserse meisjes bestelden we een taxi om naar Lichtenfels te rijden. Duuuuuur! Gelukkig besloot Eva meteen de dag erna Bob te zijn.

Lichtenfels zag zwart van de metaalliefhebbers. Het nadeel van folkloristische metal, waarin vaak gezongen wordt over voorouders, oude gebruiken en vaderlandsliefde, is dat deze muzikale stroming vaak door extreem rechtse groeperingen wordt aangegrepen voor hun eigen ideeën. Onze vraag was dus: zou Ragnarök een vrolijk festival met sfeervolle meezingers worden, of een verzamelplek voor nationalisten? Op de website distantieerde de organisatie zich bij voorbaat al van nationaal-socialistisch gedachtegoed, maar de eerste indruk was geen goede. Dronken Duitsers gooiden bierflessen stuk in de tuinen van omwonenden. Buiten was de parkeerplaats nu al in een glasbak veranderd. De eerste band moest nog spelen. En de eerste Burzum en Nokturnal Mortum shirts had ik al gespot.

Binnen bleek het feest nu al vertraagd te zijn. Sycronomica had afgezegd. Een mooie gelegenheid om een pinmuur te gaan zoeken, want er was een forse metalmarket aanwezig en de worsten roken goed. Door onze stadswandeling misten we lokale opener Varg, maar met goed gevulde buikjes keerden we terug voor Gernotshagen. We vonden een worstverkoper wiens kraampje vetter en behaarder was dan de bierflessen die al bijna zes jaar boven op onze keukenkastjes staan. Wij hebben geen afzuigkap. Gestolde zwarte smurrie hing overal aan de buitenkant van het gebouwtje. De man zelf had een grote, viesgrijze vlek op de linkerbil van zijn ooit blauw met wit geblokte broek. Daar had hij zo te zien wel eens jeuk. Keuringsdienst van waren kennen ze zo te zien niet in Duitsland, maar lekker waren de worsten wel.

Ah, de Duitse keuken!

Gernotshagen (uit Thüringen) speelde pagan black metal in het Duits en traditionele kleding. Een fijne opener om meteen in de stemming te komen, hoewel niet zo goed als Odroerir (uit Thüringen). De streekgenoten van de eerste band hielden van akoestische liedjes en heldere mannenkoren. Ze hadden zich mooi verkleed en ons groepje kreeg er steeds meer zin in. Het publiek beschikte grotendeels ook over lange haren en ik was dan ook steeds minder bang dat er veel ‘foute lui’ tussen zouden staan. De volgende band, Equilibrium, had weinig met heidense praktijken van doen. Melodisch rockende black metal die niet helemaal uit de verf kwam doordat het keyboard niet goed hoorbaar was. Jammer, want nu leken de nummers wat veel op elkaar en was het moeilijk wakker blijven. We hadden namelijk plaats genomen op de tribune boven in de zaal. Slechte strategie.

Rudolf en ik kozen er daarom maar voor snel een halve liter Pump energiedrank achterover te klokken. Ultra smerig en dito effectief, zodat we even later stonden te springen op de opzwepende muziek van het Finse Korpiklaani. Eens te meer een carnavalesk uitgedoste band en dat maakte de hoempametal des te aanstekelijker. Inmiddels hadden al enkele festivalgangers zich verbaasd over het feit dat er Nederlanders in de zaal waren. Tot dit jaar was Ragnarök een klein festival en dat mensen zes uur in de auto wilden zitten om dit mee te maken werd gewaardeerd. Soms in het Engels, soms in het Duits en soms in een dronkemansgebrabbel waar geen touw aan vast te knopen was.

Uitgeput van het dansen en springen op Rudolfs favoriete Ragnarökband stonden we even later toch weer klaar voor Gijs’ favo-Ragnarökband; het Ierse Primordial. Meer doom en langzamer dan het voorgaande – niks voor mij, dacht ik – maar iedereen bleef wakker en dat wilde op dit tijdstip zeggen dat ‘t best goeie muziek was. Headliner op deze vrijdag was het Finse Moonsorrow dat tot bijna half drie ‘s nachts speelde. Hier had ik veel van verwacht, maar net als bij Equilibrium bleef het keyboardgeluid wat op de achtergrond. Toch met de haren gezwaaid.

Kennen jullie deze nog?

Met zoveel bier achter de kiezen durfde ik best auf Deutsch nen Taxi an zu rufen en een half uur later werden we opgehaald. De route over kleine tussendoorweggetjes leidde ons over donkere, verlaten haarspeldbochten door deze heuvelachtige streek. In combinatie met de alcohol en de energiedrank werd het Rudolf allemaal iets te veel. Echt subtiel reed de chauffeur dan ook niet, maar Rudi, zoals we onze kameraad al de hele dag noemden, was beleefd genoeg zijn maaginhoud binnen te houden tot hij was uitgestapt. Zelf had ik er ook moeite mee, maar eenmaal in ons te korte tweepersoons bed dat we noodgedwongen met Rudi deelden (we deelden de kamer ook met drie Duitsers – twee meisjes en een flapdrol die de godganse dag aan zijn maliënkolder zat te knutselen) was ik zo vertrokken.

De tweede festivaldag begon met een Naturfreundeontbijtje. Niet zoals de middag ervoor met spek, maar zonder boter en dus een keuken die blauw stond en gezeik aan onze kop dat alles onder de vetspetters zat, maar met van buiten warme en van binnen nog bevroren broodjes. Door alles torenhoog te beleggen vulde het prima. Daarna was het rap naar Lichtenfels met Eva achter het stuur opdat we Orlog nog konden zien openen – ook al waren we veel te laat vertrokken. Orlog speelde pagan black metal en kwam uit Thüringen, voor de verandering. Weinig vernieuwend allemaal, maar er werd genoeg herrie gemaakt om ons wakker te krijgen. Precies op tijd voor de eerste kekke band van de avond: Thurdvangar speelde catchy Duitstalige viking/pagan/folk deuntjes waarvan vooral ‘Piraten des Nordens’ lekker klonk. Hijs, hijs de zeilen, voor de grote vaart!

Het is volgens McErrick Brabanders eigen om na elke minieme inspanning uit te roepen dat ze nu wel een biertje verdiend hebben – wie waren wij om daarvan af te wijken? Na de ontdekking van deze vette band trakteerden wij onszelf in ieder geval op een pint, waarna we de black metal van Creature en de death metal van Fallen Yggdrasil gedag zegden en in plaats daarvan het stadje in liepen om een ijsco te eten. En om de supermarkt te bezoeken zodat we de volgende dag een uitgebreider ontbijt mochten nuttigen. Daar hadden ze toch iets moois: zuurkoolsap. Het smaakte naar het kookvocht van zuurkool (zuur en zout dus), maar zat in literpakken en scheen goed te zijn voor je maag. Rudi was gelijk verkocht en zwoer bij de genezende krachten van het Sauerkrautsaft. Zelf deed ik dan maar mee. Naast de keur aan worsten werd er verder nog een fles Stolnaya rode peper wodka gekocht voor de op handen zijnde wodka-avond van een week later.

Rudi, Gijs en ik vonden het leuk

Ja en toen was het tijd helemaal uit ons dak te gaan. De speelvolgorde was omgegooid zodat headliner Turisas niet pas om twee uur ‘s nachts zou spelen, maar het was aan XIV Dark Centuries om een marathon van zeven bands die we absoluut niet wilden missen af te trappen. De heidense metal uit Thüringen deed denken aan het Gelderse Heidevolk – qua podiumpresentatie althans. In vintage klederdracht bracht de groep een groet uit aan onze voorouders en al ging Duitsland dan al veertienhonderd jaar gebukt onder het juk van het christendom, de heren hadden er zin in. Daarna was het feest met het Russische Nomans Land. Vrolijke, up-tempo bierdrinkmetal die ons gauw vrienden deed worden met de omringende Duitse festivalbezoekers. Ons meeblèren met de uit volle borst ingezette mannenkoren (we kenden de tekst niet, maar lieten ons hierdoor niet uit het veld slaan) werd snel opgemerkt en vond weerklank onder andere enthousiastelingen. Er werd bier gedeeld en met de armen over elkaars schouders head gebanged.

Oost-Europa mocht nog even doorspelen in de vorm van het Letse Skyforger, mijn persoonlijke Ragnarök-favoriet. Voor een nummer over de Tweede Wereldoorlog vertelde de zanger dat dit liedje ging over het Letse verzet: over hun grootvaders die vochten tegen júllie grootvaders. De zanger wees naar het publiek. Oei, nu gaat het komen, dacht ik. Als er echt in groten getale neonazi’s in het publiek stonden, dan zouden ze dit niet over hun kant laten gaan. Het kwam Skyforger op een oorverdovend applaus te staan. Blijkbaar was men hier in Duitsland gevoelig voor deze problematiek en wilde men bovenal politiek correct zijn. Toen Skyforger ook nog mijn lievelingsnummer ‘Six Days of Madness’ speelde (een stukje geschiedschrijving waarin samples van machinegeweren een prominente plaats innemen) was mijn dag goed.

Dat was ie eigenlijk al, en het werd nog beter. Tijdens het optreden van Menhir – jawel, Germaanse metal uit Thüringen – namen Rudi en ik even pauze om het schouwspel van de tribune af gade te slaan. Ondanks de fijne muziek namen wij de gelegenheid te baat om op adem te komen voor de volgende band – het Finse Turisas. Veel gekker moest het niet worden: op welhaast epische filmmuziek kwamen de in stukken bont geklede bandleden (die er wel voor gezorgd hadden dat hun borst zichtbaar bleef zodat ze daar nog vegen rode verf op aan hadden kunnen brengen) in het duister het podium op. Dit werd battle metal, zoals de energieke Finnen het zelf gaarne plachten te noemen. Met je haren zwaaien tot je erbij neer valt. De Vikingen wisten van geen ophouden en hadden het hele publiek op hun hand. Tot achterin de zaal stond er niet één persoon stil; zelfs niet toen alleen de accordeonist op de bühne stond en een wel heel originele versie van Slayers ‘Reigning Blood’ ten gehore bracht. De drinkhoorns gingen omhoog, de mede vloeide rijkelijk.

Voor Riger was het vervolgens onbegonnen werk eenzelfde intensiteit aan de dag te brengen. Op elk ander festival had ik het heidens geweld prachtig gevonden, maar vandaag was er gewoonweg sprake van overkill. Zoveel moois was bijna niet leuk meer. Uitpuffend en verkoeling zoekend in de vorm van bier probeerden we te recupereren om straks Helheim nog toe te juichen. Plotsklaps bleek dat de Noren Ragnarök af zouden sluiten, omdat het te laat werd. De twee uur vertraging waarmee de geluidstechniekers vanochtend arriveerden werd Black Messiah nu noodlottig. Om drie uur ging de stekker eruit en het was inmiddels al kwart over twee. Helheim mocht daardoor wel wat liedjes extra spelen en al stond Daan te slapen temidden van het schaars geworden publiek, Gijs en ik gingen nog één laatste keer uit ons dak voor de drie in maliënkolders gehulde Noren.

De rit terug naar Demmelsdorf in een auto vol worsten (door de penetrante vleeslucht was Eva eerder op de avond flink misselijk geworden), drinkhoorns en cd’s verliep minder ruw dan de avond ervoor. Kwam door dat zuurkoolsap, natuurlijk, dat iedereen nog fit was. Zondag was Eva te moe om veel van de rijverplichtingen op zich te nemen, maar zij had ons de avond ervoor al uit de brand geholpen. En trouwens, zeshonderd kilometer valt best mee voor een goed festival. Nu was het mijn beurt, zolang het langharig, werkschuw tuig op de achterbank nog geen rijbewijs had. Volgend jaar hebben ze dat vast wel. Motivatie genoeg, nu we weten dat Ragnarök 4 in 2007 op de agenda staat.

Fargo
NEKRomantik 2

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*