Rugbyclub Sodom en Gomorrah

Heel veel zin om opnieuw een rugbytour te organiseren had ik niet, na het zuipfestijn in Polen twee jaar geleden. Aan de andere hand, mee organiseren betekende wel een flinke vinger in de pap bij het kiezen van een bestemming en buiten schot blijven bij de onvermijdelijke flauwe spelletjes. Er zijn weinig dingen zo leuk als het misbruiken van macht en die macht zette ik nu in om eens te meer naar Oost-Europa te kunnen. Naar Bulgarije, want dat land telde liefst drie rugbyvelden.

Ook mede-tourcommissielid Marck hield van het misbruiken van macht. Vooraf dienden alle deelnemers dan ook een overeenkomst te tekenen. Enkele frasen uit dit bindende contract luidden “Ik stel mijn lichaam en geest volledig ter beschikking van de tourcommissie, volg alle instructies zonder tegenklank op, ook als dit mij of anderen ernstig in gevaar brengt en ben zelf verantwoordelijk voor eventuele kosten of schade.” Het behoeft geen uitleg dat iedereen graag tekende om op deze manier een fijne trip naar Sofia te kunnen beleven.

Zonde dat we allemaal de gesponsorde apenpakjes weer aan moesten. Misschien had ik toch minder invloed dan ik meende, want de hele selectie ging opnieuw gekleed in colbert, overhemd en stropdas. Nu twee jaar in een doos met verkleedkleren zit zo’n colbert aardig vol kreukels, maar ik bleef me er ongemakkelijk in voelen. Een gevoel dat pas zakte na een paar blikjes bier in het vliegtuig. Ik was niet de enige die er hier als een paljas bij liep en het kon altijd nog erger. Ik had tenminste geen rode broek en klompen aan.

De helden die dit alles mogelijk maakten (GH)

In Sofia verbleven we in Hostel Mostel aan Ploshtad Makedonia. Een plein dat bekend stond om de vele travestieten die nietsvermoedende voorbijgangers hier ’s avonds terroriseerden. Jammer dat we dat pas hoorden toen het al te laat was, maar gelukkig werd alleen Harro echt in het nauw gedreven. Toch onaangenaam als er ineens handen in je broek- en jaszakken zitten, terwijl er voorstellen in diverse gradaties van onplezierigheid worden gedaan. Sofia bleek op dit vlak toch een beetje het Sodom en Gomorrah van Europa, maar hierover later (veel) meer.

Hostel Mostel is het enige gebouw in Sofia van voor de Tweede Wereldoorlog. Op zich speelde Bulgarije het helemaal zo dom nog niet in de jaren ’40-’45. De Bulgaren hadden een gruwelijke hekel aan (onder andere) de Grieken en kozen de kant van de Duitsers om hun zuiderburen een hak te zetten, onderwijl de schijn van neutraliteit ophoudend. Later viel de Sovjetunie Bulgarije binnen en was het wel handig niet meer met de Duitsers samen te werken, maar veel van Sofia was toen al platgebombardeerd door de geallieerden. Na de oorlog was het nogal een rage in communistische landen om zoveel mogelijk grijs in gebouwen te verwerken en Sofia was in die tijd dan ook vast een hele hippe stad.

Vesso van Murphy’s Misfits, onze tegenstander de volgende dag, stond al op ons te wachten onder het houten balkon van Hostel Mostel. Murphy’s Misfits is één van de acht of negen rugbyclubs in Bulgarije en speelt, in tegenstelling tot de andere teams, niet mee in de competitie. Daar hadden ze het te druk voor, want als bonte verzameling van Bulgaren, Nieuw-Zeelanders, Engelsen, Fransen, Portugezen, Amerikanen en Canadezen speelde de club regelmatig in het buitenland, op sevens-toernooien of kregen ze gasten uit het buitenland over de vloer. Nu vallen Nederlanders ontzettend mee in vergelijking met Engelsen (zo benoemden wij niet dagelijks een Lul van de Dag die dan de rest van de avond poedelnaakt door Sofia moest lopen), maar stamkroeg J.J. Murphy’s was toch wel interessant en de halve liters Shumensko smaakten goed.

Om kort te gaan, de laatsten lagen om zes uur ’s ochtends op bed; ruim vier uur voor onze taxi’s naar het complex van NSA zouden vertrekken. “A strong interest in sightseeing,” verbloemden de Bulgaren het later op hun eigen website. Want na J.J. Murphy’s stonden we in een tent die de indruk wekte dat het niet lang zou duren voor we klappen kregen. Geïrriteerde serveersters, boos kijkende Bulgaren, lege divans en fauteuils die stuk voor stuk gereserveerd bleken te zijn. En met karaokebar in een van de zaaltjes. Het duurde niet lang voor de karaokemeister of hoe dat heet er flink de pest in had. “Next one is… again from Netherlands. I can’t read this.” Van Bohemian Rhapsody tot Spice Girls en Rammstein, dit was erg vermakelijk. Zeker omdat het een privé-feestje werd van ons en de Bulgaarse rugbyers. De andere bezoekers waren minder gecharmeerd van ons optreden.

Zelfs in deze nette tent konden de serveersters al trucjes. Alcohol gerelateerde trucjes waarbij ze met een soepele hoofdbeweging een dubbele rij glazen in lieten storten om aldus smerige cocktails te creëren waar in ieder geval jägermeister en red bull in zat. Ik vermoedde een soort Russisch roulette, maar gelukkig kreeg ik niet het glas vol scherven. Wel het glas dat me een barstende koppijn bezorgde. Zo kon ie wel weer, al vonden anderen van niet. Er waren immers ook nog cocktails die in de fik gezet moesten worden en waarbij alcoholdampen door een rietje uit een leeg glas gezogen moesten worden. En tenten waar het vrouwelijke personeel over andere capaciteiten beschikte en waar flessen champagne 200 lev kostten. Elke taxichauffeur leek hier zijn zus te willen verkopen.

Maar wat had die andere dan? (AL)

Ik was niet de enige die de volgende ochtend met koppijn op het veld stond. Het liep tegen de 20 °C, al was het eind oktober en flankeerden helder gele en oranje bomen het groene grasveld van de National Sports Academy. In de verte waren de contouren van hoge bergen zichtbaar. Het was een haast bovenmenselijke prestatie dat we überhaupt in staat waren een team op te stellen na de astronomische hoeveelheden drank van de avond tevoren. Terwijl wij met tegenzin wat rondjes sjokten zag de warming-up er bij de tegenstander wat professioneler uit. Voor elke Nederlander stonden er vandaag twee Bulgaren speelbereid klaar, allemaal fit en in gelikte nieuwe shirts.

Dat ik fullback stond was flink balen. Onze vaste kracht op de positie was nog herstellende van 25 hechtingen na wat trammelant met een slijptol. Als fullback kun je het alleen verkeerd doen. Alle doorgebroken spelers zijn voor jou; kun je de fouten van de rest niet verhelpen dan betekent dat meteen een try tegen. En ik was niet in staat veel fouten te verhelpen. De Murphy’s Misfits waren in topvorm en stapelden try op try. Bij rust was iedereen al bekaf.

De tweede helft mocht ik naar mijn vertrouwde plek op de wing. Dat beviel me beter en ook de rest van de Big Stones kwam beter in het spel. Tot dan toe hadden de Bulgaren weinig van ons te vrezen gehad, maar na een korte pass van Harro wist ik de eerste try voor ons team te scoren. Met een forse Bulgaar uit de scrum op mijn hielen was ik met een schijnbeweging langs de wing van de Misfits, waarna de fullback me tackelde. Ik had genoeg snelheid en – na een onterecht afgekeurde try onder vergelijkbare omstandigheden een week eerder – genoeg frustratie om de laatste meters met scrummer en fullback aan me hangend te overbruggen. Met een uiterste inspanning draaide ik me om voor de laatste centimeters en drukte de bal net over de lijn. Vijf punten voor de Big Stones en een Bulgaarse zwaargewicht bovenop me die me feliciteerde.

De pret na mijn eerste internationale try was van korte duur, want even later brak ik mijn pink. Dat ik aan de zijlijn zat maakte uiteraard niets uit voor het wedstrijdbeeld en teamgenoten Iain en Merik bezorgden ons nog twee mooie scores. Eindstand 63-17 in het voordeel van Murphy’s Misfits, maar die hadden het de dag ervoor vast niet zo gezellig gehad. Na wat bier over en weer spuiten en een gemoedelijke teamfoto kreeg ik van captain Vesso een mok van zijn team, omdat ik dit zootje ongeregeld toch maar mooi helemaal naar Sofia had geleid. Toxic Twins Merik en Marijn werden tot Mannen van de Wedstrijd uitgeroepen en kregen ook zo’n mooie mok, waarna we onze gastheren een teamschildje en stropdas gaven.

Met de formaliteiten achter de rug konden we eindelijk aan het bier, waar gek genoeg iedereen weer zin in had. Big Stones herstellen snel en ik hoopte dat dit ook voor mij gold toen ik in het ziekenhuis hoorde dat mijn pink inderdaad gebroken was. Het duurde niet lang voor de twee Misfits die met me mee waren gegaan zich begonnen te vervelen en al snel kreeg ik alles te horen wat ik ooit had willen weten over Macedoniërs. “De Macedoniërs vervalsen de geschiedenis. Macedonië is geen land. Het was vroeger van Bulgarije en het is ook ooit van Griekenland geweest. Man, wat heb ik een hekel aan Macedoniërs.” Eindelijk een teken dat we op de Balkan waren. Hier had iedereen een uitgesproken mening over de buren. Turken, Macedoniërs en Grieken waren hier geen graag geziene gasten. “Een Serviër, een Bulgaar en een Macedoniër hielden een wedstrijdje watermeloenen dragen. De Serviër droeg er vier; twee onder zijn rechterarm en twee onder zijn linkerarm. De opschepper van een Macedoniër beweerde dat hij er vijf kon dragen: vier onder zijn armen en één op zijn lul. De Bulgaar kon er maar liefst negen dragen: vier onder zijn armen en de Macedoniër voorop gespietst.”

Of de Macedoniërs er echt om vragen om in hun hol genomen te worden kon ik als buitenstaander moeilijk beoordelen, maar politieke partij Ataka was hier heilig van overtuigd. “Ataka schrijft de beste krant van het land,” werd mij uitgelegd. Hier werd tegenin gebracht dat het om de nazi’s van Bulgarije ging, maar inderdaad, de artikelen waren goed geschreven. “Je bent tegen Turken, Macedoniërs en homo’s, of je bent een landverrader.” Na nog wat wetenswaardigheden over communisten kreeg ik tenslotte een geïmproviseerde spalk om mijn vinger en konden we terug naar het veld van NSA, waar de thuisclub net een redelijk gelijkopgaande wedstrijd van Berkovitsa had gewonnen.

Moment van bezinning (GH)

Na bedankt te hebben voor een Belgische douche gingen we de stad weer in. Eerst traditioneel Bulgaars eten in Pri Yafata (tip: tarator en mehandgisko meze), daarna liters bier in J.J. Murphy’s. Op de een of andere manier ben ik die avond als één van de weinigen niet in een stripclub beland. Zuur voor de lezers, want nu was het wat moeilijker om stomme dingen te doen. Zoals lapdances à 20 lev, zo dom zijn om te pinnen in een nachtclub (niet alleen tegen een ongunstige wisselkoers, maar ook omdat je vrouw waarschijnlijk vragen stelt als ze ‘Club Taboo’ op het rekeningafschrift ziet staan) en flesjes bier drinken die ruim vier keer zo duur waren als in een kroeg waar de meisjes hun kleren aanhielden. “Nu hebben we het wel gezien hoor,” vonden enkele Big Stones na een tijdje. “Breng ons maar naar een goeie discotheek.” Even later stonden ze in de volgende striptent.

Met een bloeiende pornoscene, seksshops op elke straathoek en een overdaad aan nachtclubs was Sofia een stad met een beetje een nare bijsmaak. En dan waren daar dus nog de taxichauffeurs. Subtiliteit was vaak ver te zoeken. Vind maar eens een chauffeur die het discreet aanpakt. “You wanna fuck?!” memoreerde Marck geamuseerd. Een andere chauffeur wist bitches vanaf 30 lev en ook mij werd ongevraagd een bezoekje aan een goeie nachtclub aangeboden. Je zult hier als meisje opgroeien. Ik mag graag borsten zien, maar misschien ben ik voor deze stad toch wat te braaf.

De activiteit van de volgende dag was er meer een voor brave jongens: naar het Rila-klooster twee uur ten zuiden van Sofia. Het was nog altijd stralend weer en een feest om de grijze hoogbouw van de hoofdstad achter ons te mogen laten. Het zonlicht kleurde de herfstbladeren onderweg goudgeel – dit moest de mooiste dag van het jaar zijn. Een lappenkleed van gele, oranje, rode, licht- en donkergroene bomen overdekte het indrukwekkende Rila-gebergte; het hoogste gebergte tussen de Alpen en de Kaukasus. Boven deze herfstpracht staken de kale toppen scherp af tegen de helderblauwe lucht.

De Sveti Ivan Rilski-grot was een beetje suf. In een lange colonne werden we door de grot geleid, die volgens sommigen van ons geen grot maar een tunnel was. Een kromme, nauwe tunnel waar alleen diegenen die vrij van zonde waren door de krappe bovenuitgang zouden weten te geraken. Twintig Big Stones bewezen dat dit lulkoek was, maar gelukkig was het echte klooster des te imposanter. Het grootste Oosters-orthodoxe klooster van Bulgarije staat – ook bij UNESCO – bekend als het voornaamste culturele, historische en architectonische monument van het land. Vierhonderd kamers, verdeeld over vier verdiepingen met karakteristieke zwart-wit gestreepte bogen en houten balkons, boden onderdak aan acht monniken. Zoals de losbandigheid van Sofia al deed vermoeden had de kerk ook in Bulgarije wat aan populariteit ingeboet de laatste tijd. “Dat kan nooit uit,” vatte Ronald de overvloed aan faciliteiten voor het handjevol geloofsbelijders mooi samen.

Langs de woest kolkende Rilska-rivier lieten we de levendige fresco’s vol hel en verdoemenis achter ons om weer terug te rijden naar Sodom en Gomorrah. In stijl, want waar elf van ons als slachtvee opeen gepropt zaten in taxi’s met levensgevaarlijk stuntende chauffeurs, hadden wij een heuse rijdende kroeg. Samen met Marck en Merik zat ik liever achter de comfortabele stoelen op de vloer, met een fles rakia in de hand. Het werd een leuke middag die alleen maar bijdroeg aan mijn overtuiging dat ik nog eens terug moest naar dit deel van Bulgarije. “Eigenlijk waren we van plan er nog een paar daagjes aan vast te knopen,” herinnerde Marck zich de volgende ochtend. “Ik weet niet of mijn lever daar zo blij mee was geweest.” Ondanks de aanslag die het was op onze gezamenlijke gezondheid was het wat mij betreft een betere tour dan Polen. En zolang ik in de tourcommissie zit gaan we onze rood met zwarte kleuren echt niet in West-Europa verdedigen.

Phantasm
Black Death

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*