Sporen

In Rusland komen we steeds terecht in appartementen die worden aangeprezen als ‘euroremont’: volgens Europese standaard verbouwd. Welke standaard dat ook is, het is niet die van mijn deel van Europa. Betonnen Sovjetflats, oud en nieuw, worden van binnen met een plastic laagje bekleed. Met panelen vol wildgekleurde vlinders en statige vogels worden zowel badkamer als slaapkamer waterafstotend dichtgemaakt. Ledlichtjes zijn vakkundig weggewerkt in een golvende dubbele muur in de slaapkamer; in het plafond zie ik mezelf op de bloemendeken weerspiegeld. Door onderweg via AirBnB appartementen te zoeken, lijkt het of we meer kans hebben onder gewone mensen terecht te komen. Alleen worden die gewone mensen, of mensen überhaupt, onzichtbaar in zo’n kunststof omgeving. Het is makkelijk schoon te houden, er is weinig persoonlijkheid. Kleine snuisterijtjes – een kerstbeer op de kunststof schoorsteenmantel, koelkastmagneetjes van verre bestemmingen – verraden dat er mensen wonen.

Op Solovetski logeren we bij Marina, een vrouw die zich met haar kleinkind in de keuken en de andere kamer van het huisje verschuilt. Achter het gangetje van het houten woonblok en de houten deur stappen we de smetteloze euroremontomgeving in. We betalen Marina voor ons verblijf en zijn blij met haar heerlijke gebakjes. Maar de gastvrijheid en het echte contact halen we een paar deuren verderop, waar eenzelfde hal ons binnenvoert bij Dasha. Houten planken, een betegelde houtkachel, een klein keukentje met pannen aan de muur en een tafel met gasten vullen de ruimte. Hoe kan het toch dat alles wat ademt moet wijken zodra mensen geld kunnen verdienen aan de verhuur van een woning? Dat gasten vreemdelingen blijven, geen vrienden worden? Dat niemand sporen achterlaat en dus ook niemand echt contact mag maken?

In Noorwegen is de euroremont op een andere manier zichtbaar. Niet in de rampzalige keuze van binnenhuisarchitectuur – daar gaat het met de Scandinavische stijl juist beter. In Noorwegen is het overal de bedoeling dat niemand sporen nalaat; gewone mensen noch toeristen. Het comfort dat toeristen in de publieke ruimte wordt geboden, met verwarmde wc-hokjes op parkeerplaatsen in een smetteloos onderhouden landschap, voorkomt dat er ongemak ontstaat. Alles is goed geregeld, niemand ontmoet elkaar. De volle leegheid van deze klinische manier van leven raakt me op de Trollstigen, een haarspeldroute met naast de weg een plankieren pad naar uitzichtpunten. Bovenaan passeren we drommen mensen met lege ogen, geleid door een gids met overhangende buik. Deze kant omhoog, die kant naar beneden: blijf op de paden, volg de voorgeschreven route. Maak een foto van het uitzicht hier, hier en hier. En een selfie bij de afgrond. Ik volg het pad met mijn wilde kinderen. Het doet me pijn: zijn dit nu vrije mensen?

Overal waar ik toeristen in een optocht zie sjokken, onbewust gedwongen dezelfde weg te gaan, zie ik de sporen die ze achterlaten. Overmatig veel cairns, kleine stapeltjes stenen, wijzen de niet te missen weg bij Trollstigen. De relingen van oude bruggen bezwijken onder door geliefden opgehangen sloten. Alsof het een diepgevoelde behoefte is toch contact te maken met de omgeving door sporen na te laten. De foto’s keren terug op je scherm, het slot blijft hangen tot de slijptol komt.

Zou het kunnen dat de wanhoop die ik voel tussen de glimmende euroremontmuren dezelfde is als die van de rijen voortsjokkende zielen in het prachtige Noorse landschap? Dat ieder het liefst contact zou maken maar niet weet hoe, en daarom kiest voor veiligheid, zichzelf afschermt en de voorgeschreven route volgt? Zijn de koelkastmagneetjes, de steenstapels en de slotjes aan de bruggen een teken van stil verzet en daarmee een teken van hoop? Door toch te tonen wie je bent, toch te laten zien dat je er bent geweest laat je sporen achter. Sporen die getuige zijn van de uitwisseling van indrukken; van mensen die verbinding zoeken.

Dictatuur van de ordentelijkheid
Vakantie (uncensored)

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*