Sprookje

Verf bladdert van de meeste gevels. Langzaam afbrokkelende muurtjes worden aan hun lot overgelaten. Voor het DDR Museum in Pirna staat een olijfgroene Trabant geparkeerd, maar deze publiekstrekker heeft niet kunnen voorkomen dat veel restaurants in deze streek hun deuren hebben gesloten. Het Oost-Duitsland van ruim 25 jaar na de Wende wekt nog altijd medelijden.

Toch kunnen wij ons geen plek op deze aarde voorstellen waar we liever zouden zijn. Eindelijk is het zover. Ons huis hebben we achtergelaten, de Volkswagenbus is voorbereid op de meest belabberde wegen en Ilva en Rune hebben afscheid genomen op hun school. Dat de afscheidscadeaus – vrolijk volgetekende kussenslopen – niet berekend zijn op natte haren na het douchen kan bij onze kinderen de pret niet drukken. Vergeten is de stress van de afgelopen maanden, van visa verzamelen voor dictaturen met elk hun eigen set ondoorgrondelijke regels, het zoveelste bezoek aan de GGD omdat ze een vaccinatie bij Rune vergeten zijn en Russische lessen in de avonden, tussen het inpakken van tientallen dozen door. De komende maanden is de bus ons huis en leidt de weg steeds verder naar het oosten. Het Nabije Oosten waar we al zo lang van dromen.

nod3

Er gaat een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit van Rusland, Centraal-Azië en de Kaukasus. Bij het bladeren door de atlas zie ik ons al rijden door die mysterieuze, gesloten republieken; in de steden van de oude Zijderoute. We hebben de tijd. In één dag naar Oekraïne rijden is niet nodig. De Sächsische Schweiz, met de afgeronde en glad gepolijste rotsen van het Elbsandsteingebirge, is ver genoeg op onze eerste dag. Het is 3 april en het prille voorjaarsgroen begint schuchter te ontluiken aan de takken van de bomen. Het donkere naaldwoud bij de Basteibrücke daarentegen, met daarin een enkele, spierwitte berkenstam, doet eerder denken aan een sprookjeslandschap. Een duister, griezelig sprookje van de gebroeders Grimm, waarin achter elke nauwe doorgang tussen de elkaar haast aanrakende rotswanden het onheil op de loer ligt.

In het rotslabyrint van de Schwedenlöcher hoeven we echter niet bang te zijn voor wolven of heksen. We zien alleen andere wandelaars. De iconische Basteibrücke zelf wordt overspoeld door tientallen toeristen en in het bos op de berghelling horen we een Duitser zijn liefde voor het Saksische land bezingen. Voor diezelfde massa toeristen op deze maandag in april, wat enigszins afbreuk doet aan de authenticiteit van het traditionele lied. Mopperen hoeft niet: vanaf een plateau kijken we uit over ravijnen en de ver beneden ons stromende Elbe, die zich kronkelend door het zandsteengebergte wringt. Wij wanen ons nog steeds in een sprookje. Een sprookje dat pas net begonnen is.

Voordat het echt begonnen voelt
Jaws of Satan

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*