Te koud voor de meeste Russen

Vorig jaar meende ik nog grappig te moeten doen over het afharden van baby’s bij min zoveel. Het was koud in Estland, maar de temperaturen van toen vielen in het niet bij de voorspellingen die ik nu las. Gevoelstemperaturen tot -35 °C in Karelië. Ouders en collega’s leken me de voogdij over mijn anderhalf jaar oude meisje haast te willen ontzeggen en ik begon zelf ook te twijfelen aan onze reisplannen door winters Rusland. Starend naar de paarse balkjes vroeg ik me af tot welke temperaturen het nog verantwoord was een peuter naar buiten te sturen. Alles tot -20 °C was blauw gekleurd, viel me op, maar daar voorbij veranderden de vakjes van kleur. En paars domineerde het scherm. Discussies op internetfora bleken weinig geruststellend. “Niet naar buiten bij vorst,” meenden overbezorgde Amerikaanse moeders. Een tegengeluid kwam van Canadezen, die tot min twintig durfden te gaan. De voor de komende week voorspelde gevoelstemperaturen kwamen hier maar een enkele keer boven – zelfs in Sint Petersburg. Frostbite is een naar woord.

Russische cultuur (EH)

Waar lag voor mijzelf de grens? Veel tijd om daarover na te denken kreeg ik niet, want zodra de schuifdeuren van vliegveld Pulkovo zich achter ons sloten en we afgesneden werden van de warmte van de aankomsthal wist ik het antwoord. Deze -19 °C ging nog net, maar met de snijdende wind die diezelfde avond over Nevsky prospekt gierde had ik m’n thermo ondergoed wat graag aangehad. Een hele dierentuin aan gevilde zoogdieren bedekte de rookpluimen uitademende menigte in de hoofdstraat van Sint Petersburg. Zelfs de Russen klaagden over de kou en bleven als het even kon binnen. Zoals in ons hostel, waar ze met briefjes op hun voorhoofd geplakt drinkend hun tijd verdeden. Met vragen als “Ben ik Харpисон Форд?” moest je achterhalen welke naam er op je hoofd was geplakt.

Inderdaad, onze leeftijd is inmiddels aan de hoge kant voor hostels en we trotseerden liever de kou dan de taal- en leeftijdsbarrière in ons sjofele onderkomen. Het sneeuwpak op de bevroren Fontanka, Moika en Neva leende zich uitstekend voor liefdesboodschappen en obsceniteiten en met winters als deze mocht de kitscherige kerstverlichting blijven hangen zolang de R in de maand was. Reusachtige ijspegels hingen hoog boven onze hoofden aan de dakgoten. Jaarlijks vallen er in Rusland zo’n honderd doden door vallende ijspegels, maar strategisch geplaatste afzetlintjes maakten dat we ons niet echt zorgen hoefden te maken. Regelmatig zagen we dakvegers de daken ontdoen van grote hoeveelheden sneeuw en ijs. Niet alle Russen bleven dus binnen, al hadden degenen die met reclameborden om hun nek of als beer verkleed liepen te koukleumen toen ze jong waren vast een andere carrière voor ogen gehad.

Waar de Russische cultuur zich die avond voor ons beperkte tot een sfeervol verlichte Kazankathedraal, Siberische deegballetjes en een fles Pyat Ozer wodka (de dronken Russen naast me hielden zich met moeite staande aan de toonbank met gebakjes), doolden we de volgende dag urenlang door het Russisch Museum. Opnieuw zagen we de Ridder op de kruising van wegen en andere romantische schilderijen van onze favoriet Viktor Vasnetsov. Ook Het Antwoord van de Zaporozje-Kozakken aan de Turkse Sultan door Ilja Repin, Fryne op het feest van Poseidon in Eleusin door Henryk Siemiradzki, Verovering van Siberië door Jermak van Vasili Soerikov en de exotische doeken die ontbraken bij de expositie ‘Het onbekende Rusland’ in Groningen, maakten diepe indruk. Niet op Ilva, die na haar aanvankelijk enthousiasme over paarden en honden op schilderijen in slaap was gevallen en zich pas later weer verheugde over een bord met bliny.

Zo hoort het (JS)

De suikertaartkerk van de Verlosser op Vergoten Bloed, wat zo als een tamelijk onbeholpen vertaling overkomt, was wat groot voor het Russisch Museum maar had zo in de collectie gepast. Zo hoort een Russische kerk eruit te zien als ie niet van hout is. Frisgroene en kauwgombalblauwe koepels flankeerden een wat overdreven hoeveelheid bladgoud. Langs de Neva niets van een dergelijke kleurenpracht. Met grauwe gebouwen aan één kant en de granieten kade en witte vlakte aan de andere was het hier merkbaar kouder dan tussen de beschermende gebouwen in het historische centrum. Toch was er aan indrukken geen gebrek: de barre kou stompte onze tastzin af, de voortrazende Lada’s, SUV’s en Hummers deden dat met ons gehoor en patriottische posters die opriepen de Verdedigers van het Moederlanddag op 23 februari te vieren probeerden visueel hetzelfde te bewerkstelligen.

Een halve kilometer van ons vandaan, aan de overkant van de bevroren Neva, glansden de gouden daken van het Peter en Paul Fort op het eiland Zayachy. Aan het groen, goud en maagdelijk wit van het protserige Winterpaleis van tsaar Peter de Grote viel hier niet te ontkomen. De Hermitage bepaalde het stadsbeeld hier voor honderden aaneengesloten meters en ook aan de andere kant van Dvortsovy most, op het eiland Vasilevsky, was het witte neoklassieke gebouwen en gouden koepels waar je ook keek. Na de vast niet grappig bedoelde oude vuurbakens op de Strelka mocht Ilva weer even opwarmen in het Peter en Paul Fort. Op deze plek ontstond Sint Petersburg in 1703. Met zijn spitse, 122 meter hoge toren is de kathedraal binnen de vestingmuren voorlopig nog het hoogste gebouw in de stad, maar dit zint Gazprom niet echt. Dat kan hoger. En dat meenden de vier koorknapen die een liedje voor ons wilden zingen ook. Hun meerstemmig en – het moet gezegd – fraai gezang was niet zozeer aan ons al wel aan een hogere macht gericht. Ons met heidense metal geïndoctrineerd dochtertje trok er maar een raar gezicht bij.

Koudwatervrees (EH)

Wij bleven liever wat dichter bij aarde, zeker toen we buiten het fort door de sneeuw liepen en ineens op de Walrusclub stuitten. De Walrusclub! Ik had de hoop al opgegeven. Dat ze dagelijks ergens bij Zayachy in een in het ijs van de Neva uitgehakt wak zwommen wist ik, maar met een door de stevige noordoostenwind fors lagere gevoelstemperatuur dan de -20 °C die de thermometer aangaf had ik ze eigenlijk niet zo actief verwacht. Zeker daar het al vijf uur ’s middags was. In mijn voorstelling bestond de dagindeling van een typische walrus uit het uithakken van brokstukken ijs, een snelle duik en vervolgens een flesje wodka, misschien twee. Maar deze Russen namen hun hobby serieus: in een sneeuwfort dat hen tegen de ergste windvlagen beschermde waren het vooral mannen van middelbare leeftijd die bij hoog en laag volhielden dat deze het voorstellingsvermogen tartende bezigheid gezond was. Hier geen macho’s of fitnessfreaks; wel kalende mannen met baard en bril.

De ijsschotsen lagen buiten de muur van sneeuw al metershoog opeen gegooid, maar men bleef het water beroeren om een steeds terugkerend film van ijs geen kans te geven. Even met de tenen voelen hoe het water vandaag was, was niet nodig. “Twee graden,” verzekerde een vuurrood getinte Rus die zich net weer in zijn skibroek had gehesen me. En toch zat het me niet lekker dat ik hier wegging zonder in het ijskoude water te zijn gesprongen, al was het misschien een verstandige beslissing. Op zulke momenten heb ik vrienden nodig die me verzekeren dat zwemmen een puik plan is en angst voor een hartstilstand door het temperatuurverschil je reinste flauwekul. Nu liet ik het clubhuis van de Walrusclub met mooie beelden in mijn hoofd maar een kurkdroge onderbroek achter me.

Noord-Oezbekistan (EH)

Was een baantje zwemmen met dit weer al tamelijk misplaatst, de reusachtige moskee op het eiland Petrogradsky leek verdwaald te zijn in het verkeerde land. De azuurblauwe mozaïeken van het portaal en de enorme koepel, gebouwd naar goed voorbeeld van de Gūr-e Amīr in Samarkand, staken helder af tegen de met sneeuw bedekte grijze stenen van het gebouw. Meterslange ijspegels lieten geen ruimte voor misverstanden: deze islamitische oase lag in het hoge noorden, hoe stellig het uiterlijk van de moskee dit ook trachtte te ontkennen.

Ook wij voelden ons misplaatst in Sint Petersburg. Met bijna vijf miljoen inwoners was de stad, hoe mooi en indrukwekkend deze ook mocht zijn, voor ons veel te groot. Wij zochten ons heil liever in de uitgestrekte berkenbossen van Karelië. Voorlopig mochten we ons daarom nog even helemaal onderdompelen in de Russische cultuur: met de slaaptrein naar Petrozavodsk. Tussen ons in lag Ilva vredig te slapen in haar tentje dat precies tussen onze bedden in paste. Vierhonderd kilometer in negen uur, langzaam schuddend en hobbelend over het Russische spoor met door de provodnitsa gebrachte thee in fraai versierde theeglazen. Buiten maakten de buitenwijken van Sint Petersburg langzaam plaats voor besneeuwde vlaktes met slechts af en toe een verlicht stationnetje.

Opvoedingsonbekwaam, volgens de norse hovercraftbestuurder
Как я провёл этим летом

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*