Transnistrische boef

Langs de snelweg (een strook door kuilen getormenteerd asfalt waar auto’s en maxi-taxi’s over slalomden) stond de politie doodgemoedereerd schietoefeningen te houden. Voetgangers liepen met hun boodschappentassen voor de flessen die als doel dienden door. Wie was ik om deze handelswijze in twijfel te trekken? Met de separatisten uit Transnistrië op een steenworp afstand en de honderden doden die het conflict al heeft geëist in het achterhoofd was goed kunnen schieten naast een leuk tijdverdrijf misschien ook bittere noodzaak.

Toch leek het wel mee te vallen met de spanningen. Vanaf een heuvel boven het klooster van Saharna zagen we het communistische schertsstaatje vredig aan de overkant van de Nistru liggen. Zelfde groene heuvels, zelfde kleine huisjes. De inwoners kwamen ook gewoon kloosters in de rest van Moldavië bezoeken in plaats van ze te beschieten, al kwamen ze wel in auto’s met een Transnistrisch kenteken en de rood-groen-rode vlag ernaast. Een van de boeven uit dat land van rebellentuig woonde zelfs al drie jaar in dit klooster. Hij was een soort manusje van alles en bood ons aan onze bagage achter slot en grendel te zetten zodat we het complex en de omgeving rustig konden bekijken. We moesten wel zwemspullen meenemen.

Grottenklooster Saharna (EH)

Wederom zagen we hier in de rotswand uitgehakte ruimten, maar hier werd niets meer mee gedaan. Ook geen toeristische rondleidingen. In het nieuwe klooster moesten Anna en Eva weer hoofddoekjes dragen. Deze keer riskeerde Eva niet dat ze een paarsroze kreeg en had zelf een zwarte doek meegenomen. De bezienswaardigheden waren hier wel op borden aangegeven. In de nabijheid van het klooster zagen we enkele watervallen (Anna en Stas waren zeer verbaasd dat Moldavië watervallen had), een Geto-Dacisch monument waarvan twee van de plakkaten die aan de gebruiken van de oorspronkelijke bewoners van het land herinnerden gestolen waren, en nog weer eens een ander uit de rotsen gekerfd klooster.

Hier kwam Pietru, bij wie we onze tassen in bewaring gegeven hadden, ons opzoeken. Hij wilde met ons op de foto en vroeg ons de foto’s naar hem toe te sturen. Hij vertelde over het klooster en zijn plannen. Voor hij hier werd opgenomen was hij werk- en dakloos; nu was hij op zoek naar een plaats om als knecht te werken voor brood en onderdak. Hij leidde ons vervolgens naar de heilige bron van het klooster. Als we hier negen keer kopje onder in gingen zouden al onze ziekten genezen.

Hoewel we niet ziek waren was een bad wel lekker, ook al ontsprong de bron hier in de bergen en was het water niet warmer dan tien graden. De truc is altijd als eerste in het ijskoude water te springen, zodat anderen wel moeten terwijl jij bibberend kunt lachen. Na negen keer kopje onder te zijn gegaan (uit de negen vingers die Pietru opstak begreep ik eerst negen seconden) bonsde mijn hoofd van de temperatuurverschillen. Pietru nam een foto van ons vieren, waarna we ons opmaakten de bagage op te halen en een overnachtingsplek te zoeken.

Volgens sommigen net te fris (TB)

Volgens de Transnistriër, die nu als Vasile werd aangesproken door een andere man, konden we hier niet blijven. Er gingen rechtstreekse bussen naar Ţipova, het volgende klooster dat we wilden bezoeken. Daar zouden ze minder geld vragen voor een overnachting. Maar bij navraag bij een andere medewerker van het klooster bleek dat er helemaal geen bussen naar Ţipova reden. Hij vroeg zich bovendien af waarom we deze Pietru vertrouwden. Pietru wuifde de verdachtmakingen lachend weg en vertelde dat we dan beter te voet langs de Nistru naar Ţipova konden gaan. Hij liep een stukje met ons mee, wees ons de juiste weg en wenste ons alle goeds.

Het eerste stuk van de route liep door de vlakke uiterwaarden van de Nistru. De informatie die we van de dorpsbewoners kregen verschilde nogal – Ţipova was nog zo’n vier tot twintig kilometer lopen. Na een tijd gingen we een dicht oeverbos in. Het bochtige pad op de helling werd zo te zien niet al te vaak gebruikt. Doornige takken probeerden ons drie kwartier lang tegen te houden, tot we vlak voor negenen weer open uiterwaarden bereikten. Het zou snel beginnen te schemeren, dus hier moesten we overnachten.

Terwijl ik de tent op ging zetten wilde Eva voor ons vieren gaan koken. Maar zo had ze haar rugzak helemaal niet ingeruimd. Nu lag er ineens iets anders bovenop in haar tas: de lege etui waarin vanochtend haar minidiscspeler nog had gezeten. Stas stond erop om terug te keren naar Saharna om Pietru bij de kladden te grijpen. Onbekend met ‘s lands gewoonten leek het ons beter in Chişinău naar de politie te gaan. Toen Eva zag dat er ook nog zes miljoen Roemeense lei uit haar tas gestolen was (ongeveer 150 euro, ofwel twee tot drie maanden salaris in deze contreien) was dat de druppel voor Stas. Hij vulde een rugzak met wat brood, onze zaklamp en een trui en rende terug naar Saharna, waar we anderhalf uur geleden waren vertrokken.

Plaats delict Saharna (JS)

In de hoop dat Stas rond middernacht nog terug zou keren sleepte ik twee bomen naar onze tenten en verzorgde met behulp van mijn deodorant (ons papier wilde niet branden) een kampvuur. Om twee uur ‘s nachts kon ik het vuur niet langer brandende houden. Zonder zaklamp konden we in de uiterwaarden geen hout vinden. Op de Nistru klonken spookachtige peddelgeluiden, maar van Stas hoorden we niets.

De volgende ochtend ging ik terug naar Saharna. Als er iets met Stas was gebeurd zou dat waarschijnlijk ergens op het bospad op de helling gebeurd zijn. Ik zag genoeg losse stenen en verraderlijk schuivend zand, maar gelukkig geen Stas met gebroken benen. Dit was geen goede plek om met hooikoorts te liggen. Op de plek waar de bomen verder uit elkaar gingen staan en de doorns mijn armen niet langer openscheurden zag ik Stas met twee andere jongens. Alexandru en Eugen waren eveneens door Pietru bestolen. Ze waren nu 500 lei armer, een klap die bij hen heel wat harder aankwam dan de 150 euro en minidiscspeler bij ons.

Er waren meer klappen hard aangekomen. Stas liet het bloed op zijn shirt zien; Eugen zijn bloedende en ontstoken hand. Het drietal had de Transnistrische boef tot drie uur ‘s nachts ‘ondervraagd’. Uit Pietru’s zakken haalde Stas enkele minidiscs, bijbehorende koptelefoon en 4.750.000 Roemeense lei. Waar hij de rest had verstopt wilde de huichelaar ook na vuistslagen in de maag en knietjes in het gezicht niet vertellen. In plaats daarvan zwaaide hij met een papiertje waarop zou staan dat hij mentaal niet helemaal in orde was. “Breng me maar naar de politie!” riep Pietru. De politie zou door het papiertje niets tegen hem kunnen beginnen, aldus onze drie vrienden.

Liever dan zo snel op te geven haalden ze stukken hout tevoorschijn. Al snel moest Pietru flink wat tanden van de grond oprapen. De foto die we van hem hadden zou nu voor de politie nog van weinig nut zijn, want zijn gezicht was inmiddels onherkenbaar vervormd. En waarvoor? De man had geprobeerd de minidiscspeler voor 180 lei (veertien euro) aan Alexandru en Eugen te verkopen. Na een tijd kwam er een verzameling priesters op het tumult af. Pietru bleek pas drie dagen in het klooster te zijn en slaagde er in de verwarring in te ontsnappen.

Verzin eens iets nieuws II
Geen bergen, mijn reet!

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*