Verhalen

Als je een dag de tijd hebt om je problemen op te lossen, dan kun je eerst 23 uur en 59 minuten leukere dingen doen. Roemenen houden niet van problemen. In plaats van ze snel op te lossen denken ze er liever helemaal niet aan. Wie dan leeft, wie dan zorgt. Teodora noemde een paar voorbeelden. Haar blinde darm. “Eén dag later en ze hadden je in zo’n mooie zwarte zak gebracht,” mopperde de arts. Wat een puinhoop. Het leek haar gebit wel. De tandarts komt er pas aan te pas als verdoven met palinca niet meer werkt. Voorlopige tussenstand: vijf tanden eruit. Kinderspel in vergelijking met Tutu’s stralende glimlach. Hij had nog welgeteld één originele tand in zijn mond staan.

Roemenen bagateliseren alles. Behalve dan dat Hongarije wel deel uitmaakt van de Europese Unie en zijzelf nog niet. Die vervelende buur over wie ze zo graag grappen maakten beschikte blijkbaar over een groter probleemoplossend vermogen. Roemenië werd pas echt in verlegenheid gebracht toen Bulgarije even meer lof oogste op internationaal politiek vlak. Werd het arme Bulgarije buiten de grenzen hoger aangeslagen dan Roemenië? Gelukkig luisterde Roemenië de laatste tijd goed naar de EU en mochten er weer grapjes worden gemaakt. Maar het oplossen van problemen als corruptie is iets nieuws; de gewone Roemenen wachten het liefst zo lang mogelijk alvorens actie te ondernemen.

Cristi was door twee wespen tegelijk gestoken. De arme jongen stond te trillen op zijn zorgwekkend gezwollen enkel; het zweet stroomde van zijn gezicht. “Je bent allergisch voor wespen,” concludeerde Eva. “Elke keer dat je gestoken wordt zal de afweerreactie ernstiger worden. Je moet naar een dokter.” Dat woord had ze beter niet in de mond kunnen nemen. Cristi verklaarde prompt dat hij al veel minder last had van de steken. Een beetje ijs ertegen en er was geen wolkje meer aan de lucht. Van Eva’s goedbedoelde (en mogelijk levensreddende) tips wilde hij niets weten. Eigenwijs strompelde Cristi verder, niet eens een dagje rust nemend, om te demonstreren dat er niets met hem aan de hand was.

Wat moet je als regering met een bevolking die zo eigenwijs is dat het problemen pas op gaat lossen wanneer dit niet langer mogelijk is zonder collateral damage? Om enigszins tot de Roemeen door te dringen krijgen voorlichtingsfilmpjes op tv een steeds harder en gewelddadiger karakter, vertelde Teodora. Roemeense mannen zijn macho’s en niet snel bang, ook niet van de meest brute beelden op de televisie. Hoewel er jaarlijks talloze verkeersdoden voorkomen hadden kunnen worden als automobilisten wat vaker een gordel droegen, blijft dit een onderwerp waar mannen niet over praten. De ongelukken overkomen immers alleen onbekwame chauffeurs. Die hadden inderdaad een gordel moeten dragen. Anderen, zoals zijzelf, vallen niet in deze categorie of komen er te laat achter dat zijzelf eigenlijk ook tot de slechte chauffeurs behoorden. Alleen watjes dragen gordels. Een beetje dezelfde mentaliteit als in Drenthe dus.

Piatra Craivii (EH)

Het beetje verstand dat de Roemenen hebben zal dan wel bij de vrouwen zitten, moet de overheid hebben gedacht, en voilà , het land werd getrakteerd op een filmpje waar menig moeder een weeïg gevoel aan overhield. Een gelukkig, jong gezinnetje rijdt ergens heen. Stralende lach op vaders gezicht, moeder zingt een lied en het meisje dan vanaf de achterbank tussen de stoelen door naar voren leunt streelt moeder over haar wang. Plots trapt vader op de rem en dochterlief schiet als een pijl uit een boog naar voren. Tussen de restanten van de voorruit ligt een bebloed schoentje.

Grof geweld en hysterisch gekrijs op tv zorgden er in ieder geval voor dat jonge moeders hun kinderen een gordel om lieten doen. De Nederlandse aanpak met het gordeldier klinkt niet echt doeltreffend in een land waar 12-jarigen zelf met de auto naar school rijden, zoals in Orăştie waar Teodora op school had gezeten. Ouders leerden hun kinderen soms op absurd vroege leeftijd autorijden. Er waren zelfs telefoonboeken nodig om het kind de weg te laten zien. Nu ik eraan terugdenk waren er op mijn basisschool ook kinderen die al met trekkers over de akker reden.

Roken werd op dezelfde manier verketterd als het rijden zonder gordel. Dreig tegen moeders “Anders gaat je kind dood!” en plotsklaps zijn ze één en al oor. Een moeder steekt een sigaret op in het bijzijn van haar baby. Bij elke hijs veroudert het kind zienderogen. De dreumes krijgt steeds meer rimpels en een ongezonde grauwe teint. Met nog slechts een peuk tussen moeders lippen kruipt er een skeletje in luier door de kamer. ‘Roken schaadt de gezondheid van uw kinderen.’ De horror lijkt te werken. Teodora’s moeder drukte haar sigaret uit en huilde drie dagen lang. Over hoe mannen bereikt moeten worden tast men nog in het duister.

Ook zonder kampvuur konden er heel wat verhalen verteld worden om ons nog heel wat langer te vermaken, maar Eva en ik waren nieuwsgierig naar de opgravingen rond Piatra Craivii. Rare jongens, die Daciërs. Lieflijke riviertjes doorkruisten de groene valleien van het Apuseni-gebergte, maar de Daciërs gingen bovenop de bergen zitten. Uit massief steen werden gigantische blokken rots weggehakt om plateau’s te creëren. Lui waren ze niet, maar erg praktisch was het ook niet om ver van alle waterbronnen en vormen van voedsel op de stenen in de kou te gaan zitten. Eens temeer ging de tocht door de bergen recht omhoog, zonder pad. Boven stond Cristi te roepen hoe we moesten klimmen.

“Hier offerden de Daciërs hun sterke mannen,” liet hij ons zien. Geen wonder dat ze het aflegden tegen de Romeinen. In een rechthoek lagen gladgepolijste stenen die ooit palen ondersteund moesten hebben. Vanaf het heiligdom sprongen krijgers omlaag om met speren door hun borst tientallen meters lager op de harde rotsblokken te pletter te storten. Het was een grote eer voor de Dacische goden te mogen sterven. Het meest inspirerend aan deze offerplaats vond Cristi het uitzicht. De bergen tegenover ons deden hem aan twee borsten denken. Overal op de berg waren sporen van het verleden zichtbaar. Uitgehakte treden, fundamenten van fortificaties op de bergtop, gootjes die bloed de berg af moesten geleiden. Een bloedende Groene pad (Pseudepidalea viridis) die snel verleden tijd zou zijn toen mijn komst een vaalgroene slang verdreef. Ik was na de beklimming niet ad rem genoeg het beest aan zijn staart het hoge gras uit te sleuren.

Restanten van Dacische pilaren (EH)

Op weg naar andere plaatsen waar groepjes kampdeelnemers zich archeologisch uitleefden vertelde Cristi verder over de Daciërs. Voor een beslissende veldslag tegen de Romeinen offerden de bergbewoners tweehonderd kinderen. Al met al zonder veel resultaat, al bleef de jongelui een leven in slavernij bespaard. Vrienden zijn het nooit geworden, de Romeinen en de Daciërs. Waar goden en religieuze gebruiken van andere culturen grif in het dagelijks leven van de Romeinen werden geïmplementeerd konden de Daciërs op minder begrip rekenen. Heiligdommen werden vernietigd; grote stenen aan gruzelementen gehakt. En dat was niet makkelijk, met de hardheid van dit soort stenen. De Romeinen moeten echt een hekel hebben gehad aan de stugge Daciërs.

Tutu was hard aan het werk met enkele jonge kerels met aparte kapsels. Rondom een grote ronde steen, de basis van een pilaar, was een grote rechthoek van anderhalve bij vier meter uitgegraven. De rand van de kuil lag bezaaid met scherven aardewerk. “Alsjeblieft. Dacische scherven!” Cristi verblijdde ons met wat bruine tabletten. Of we geen grotere dingen als souvenir mee wilden nemen. We bedankten voor het cadeau van zo’n zes, zeven kilo en stelden ons tevreden met twee scherven. Mocht je over een paar jaar een kruik in een Roemeens museum tegenkomen waar een driehoek uit ontbreekt, dan weet je hoe het komt.

Het lopen was toch wel pijnlijk voor Cristi, maar hij was geen type om erg lang rustig te blijven zitten. Terug in het kamp draafde hij maar door over een ruil die we samen op konden zetten: hij zou een FC Argeş Piteşti shirt voor me regelen (wit met paars en Dacia-logo pontificaal op de borst), ik zou Nederlandse legerkleding naar hem sturen. Bij mijn weten ziet legerkleding er vrij, tsja… uniform uit, maar het moest Nederlandse kleding zijn. Of Duitse, iets met adelaars. Of vijftien kilo drop, want daar was hij op slag verslingerd aan geraakt. Mijn waarschuwing dat het slecht voor je potlood is werd anders uitgelegd aan Cristi, die het de eerste keer niet had gehoord. Met handen tegelijk verdween het zwarte snoep in zijn mond. De andere Roemenen trokken vieze gezichten, behalve Mufi. Het was niet zijn favoriete snoep, maar hij at het – als er niets beters was.

‘s Avonds bij het kampvuur was er sprake van dat Edy en Alina zometeen nog zouden arriveren. We hoefden ze gelukkig niet op te halen, want Salvamont kwam ze brengen, met enkele liters bier. De Roemeense reddingsmaatschappij was in dit geval Luci, het idool van Cristi. Luci had ooit een vrouw beloofd dat hij zeven uur lang onafgebroken de liefde met haar zou bedrijven. Na vijf uur barstte hij in tranen uit. Hij zou zo graag een biertje drinken en slapen. Luci kon als gigolo in West-Europa vrouwen plezieren en er nog bakken geld mee verdienen ook, maakte Cristi zijn held wijs. “Maar wie moet dan het gras maaien op de bergweiden?” antwoordde Luci meteen wanhopig. Hij zou zijn zeis en de Apuseni veel te veel missen. En zijn enorme pick-up truck vast ook. Sterk genoeg om de berg mee op te rijden en Edy en Alina midden in het kamp te droppen.

Na het vertrek van seksgod Luci moesten we meewerken aan een verrassing voor Cristi. Overdag was er namelijk een tweede pilaar gevonden – een belangrijke geschiedkundige vondst – en Cristi wist hier nog niets van. Met grote letters werd op vellen papier ‘a-IIa plintă’ geschreven – op elk vel één letter. Iedereen hield een vel vast, maar we stonden door elkaar om Cristi te laten puzzelen. Het viel hem zwaar. Beneveld door de alcohol kwam hij niet verder dan ‘palinca’. Nee, dat was het niet. Toen hij voor de zoveelste keer niets beters dan ‘palinca’ kon stamelen zat Tutu alweer op de kast. “Nee, het is verdomme geen palinca! Zouden we daar zoveel moeite voor doen? We hebben een tweede pilaar gevonden, klootzak!”

Spookstadje (EH)

“Geloof ik niet,” zei Cristi doodleuk. Tutu ontplofte. Cristi moest en zou mee komen om er subiet heen te lopen (strompelen, in Cristi’s geval). In het donker. Hoppakee, Teodora ook in de ruzie betrokken, want dat was gekkenwerk, in het donker door het Huilende Bos. Ik kon haar geen ongelijk geven, maar de boze Tutu en zatte Cristi waren al vertrokken. Teodora nam zich voor de komende dagen geen woord met haar vriend te spreken.

Onze laatste dag op Piatra Craivii begon, Roemenen eigen, weinig daadkrachtig. Edy en Alina sliepen een gat in de dag, Cristi had last van zijn benen en Mufi’s Alina ging nergens heen. Spierpijn. Misschien morgen weer. Eva verfoeide haar vanwege haar emotionele chantagetrucjes en omdat ze zo’n meisjes-meisje was dat liever op hoge hakken door het winkelcentrum van Timişoara had gelopen. Ik maakte me druk. We hadden dit jaar maar twee weken vakantie, we wilden nog naar Oekraïne en ik had grootse wandelplannen in het Apuseni. Hier gebeurde niets, dus ik moest en zou hier weg. Eva vond het wel prima zo, maar had geen zin rekening met Alina te houden en ik wist haar te overtuigen dat er anders weinig van onze Roemenië-plannen terecht zou komen.

Samen met Cristi, Mufi, Edy en Alina liepen we daarom ‘s middags naar oud Craiva. Wij tweeën zouden daarna doorlopen naar Craiva en naar Alba Iulia gaan. Van daaruit ging het naar de Rîmeţ-kloof – vanavond of morgen. Edy was de deelnemers van het archeologiekamp nu al beu. De zachtaardige jongen begreep maar al te goed dat ik weg wilde op zoek naar wat meer rust in de bergen. Hij zou het zelf ook niet lang volhouden, ondanks dat hij de moeizame en lange lifttocht van gisteren nog vers in het geheugen had. Er leidden twee wegen van Timişoara naar Alba Iulia: een korte, slecht onderhouden weg, en een lange weg waar je tempo kon maken. Edy koos de laatste om te liften. Hoe onnozel! Geen Roemeen kiest ooit voor de langere weg als er een shortcut mogelijk (of onmogelijk) is.

Laat op de middag bereikten we de leegstaande huizen van oud Craiva. In de jaren zestig begon de heuvel waar het dorp op lag te verschuiven. Muren vertoonden diepe scheuren, huizen zakten scheef. In enkele jaren tijd verhuisde de bevolking om een uur lopen verderop het huidige Craiva te stichten. Slechts één echtpaar woonde nog in het spookdorp. We kwamen de man en vrouw tegen, maar de zelf opgelegde isolatie had hen geen goed gedaan. Het gezicht van de man vertoonde een nare vergroeiing en de vrouw liet een manische lach horen toen ze ons zag. Snel liepen we door naar de kerk waarvan het dak reeds lang was ingestort. Tussen omgevallen kerkbankjes groeiden nu bomen; het groen van de bladeren deed de kleuren van de afbladderende muurschilderingen verbleken.

Veel boeren uit Craiva bewerkten de vruchtbare gronden van oud Craiva nog altijd. De takken van de fruitbomen hingen zwaar naar beneden onder het gewicht van de vruchten, maar het was nu de tijd van het hooien. En van zomerse regens, die ons onder het afdak van één van de leegstaande huizen joeg. Geen wonder dat alles zo groen zag. We namen afscheid van onze vrienden en liepen met klompen van modder naar Craiva. In ons eigen tempo.

Kabouterhuisjes (kabouters niet meegeleverd)
Probleemloos rijden in een Dacia

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*