Verlangen

Mocht je ooit het plan vatten via de grensovergang bij Krościenko Oekraïne binnen te rijden: niet doen. In een wip staan we over de grens, waar we enthousiast worden uitgezwaaid door de Poolse douaniers. Nauwelijks tien meter na de slagboom wordt duidelijk dat de Oekraïners wel wat EU-geld kunnen gebruiken. Waar wij fietspaden in december opnieuw asfalteren omdat het geld nu eenmaal voor het eind van het fiscale jaar op moet, bestaat de weg tussen Krościenko en Sambir slechts voor 30% uit asfalt. De overige 70% bestaat uit hobbels en gaten. Niet handig in een land waar afstanden van 699 km op de borden langs de weg staan. Vier uur later dan verwacht komen we aan in Kamianets-Podilskyi.

Welkom in het echte Oost-Europa, waar je een eigen sauna krijgt bij je hotelkamer, waar de bushaltes met mozaïeken zijn versierd (of een torentje hebben) en waar de weeë geur van de wodkafabriek als een warme deken over de stad hangt. Waar onze reis, nu we de Europese Unie achter ons hebben gelaten, pas echt begonnen lijkt te zijn. Op een stenen eiland, hoog boven een diep uitgesneden kloof en de daarin kronkelende Smotrych, ligt de museumstad Kamianets-Podilskyi. Twee bruggen verbinden het historische centrum met de modernere wijken. Alleen de grijze Sovjetflats in de nieuwe stad noemen zou niet eerlijk zijn: de witte Sint-Nicolaaskerk met haar blauwe koepels steekt stralend boven golfplaten daken en nog nauwelijks groene bomen uit. Dwars door de stadsparken struinen oude mannetjes met plastic tassen, op zoek naar kruiden en eetbare planten. Maar de meeste kleur, de afwisseling in architectuur, is te vinden in het oude gedeelte van Kamianets-Podilskyi.

Door de barokke kerken, het Poolse magistraat, pastelkleurige herenhuizen en de geplaveide straten waan je je haast in de bloeiende smeltkroes van culturen die Kamianets-Podilskyi ooit was. Polen, Russen en Armeniërs leefden samen op het door het enorme kasteel beschermde schiereiland. De nieuwe brug bestond nog niet; alleen de oude, Turkse brug gaf toegang tot de oude stad. Helaas heeft de turbulente recente geschiedenis van economische recessie en onrust binnen de landsgrenzen zich als een schimmel over Kamianets-Podilskyi verspreid. Het verval in het historische hart van de stad is schrijnend: bijna de helft van de gebouwen ligt in puin of staat leeg. Hotelkamers zijn spotgoedkoop door de kelderende hryvna.

Alle malaise ten spijt is Kamianets-Podilskyi een verwelkomende plaats waar niemand haast lijkt te hebben. De stad en het dreigende middeleeuwse kasteel vormen een welkome afwisseling in het typisch Oekraïense landschap van Podolië, met zijn modderige akkers en glooiende velden. Aan de andere kant van de Dnjestr, in de historische regio Bessarabië, ligt een niet minder indrukwekkend kasteel. In 1621 verdedigden 35.000 Polen, Moldaviërs en Kozakken het kasteel van Khotyn tegen een leger van een kwart miljoen Turken, olifanten en kamelen. De Ottomanen werden verslagen en lieten aspiraties om Europa verder binnen te dringen voorlopig varen. Op het veld waar ooit tientallen kanonnen dag en nacht bulderden bloeien nu paarse dovenetels en witte meidoornbloesems.

Ergens moeten we op weg naar Kamianets-Podilskyi een verkeerde afslag hebben genomen, want nu we naar Zhytomyr rijden is de weg veel beter. Misschien is ‘minder slecht’ hier meer op zijn plaats – het blijft tenslotte Oekraïne. Dat zien we ook aan de billboards naast de weg. ‘Crimea is Ukraine’, in patriottisch geel/blauw. Levensgrote foto’s van gemaskerde soldaten die je uitnodigen je aan te sluiten bij het Oekraïense leger.

Het landschap verandert langzaam wanneer we naar het noordoosten rijden. De golvende velden van Podolië maken plaats voor de uitgestrekte bossen van Polesië. Zhytomyr voelt misplaatst aan in Polesië – Russisch voor ‘In de bossen’. In deze grote stad, de geboorteplaats van Sergej Koroljov, is beduidend meer aandacht voor techniek dan natuur. Koroljov wordt beschouwd als vader van de bemande ruimtevaart en daar is Oekraïne trots op. Mozaïeken van kosmonauten sieren verder fantasieloze woonblokken, maar vooral de droogstaande Kosmonautenfontein spreekt aan: een massief, communistisch kunstwerk, vol smachtend verlangen en met een soort onbeholpen sierlijkheid. Snakkend naar het onbekende strekt de in beton gevangen kosmonaut zijn hand uit naar de kosmos.

Het is kosmonautendag wanneer we Zhytomyr bezoeken. Het Kosmonautenmuseum ziet zwart van de bezoekers. Ilva en Rune schommelen in futuristische stoelen terwijl ze naar synthesizergeluiden luisteren, een Sojoez-ruimtevaartuig en satellieten hangen aan kabels aan het plafond en schoolkinderen bewonderen elkaars tekeningen van verre planeten en buitenaards leven. Heel Zhytomyr droomt van de kosmos.

De wegen worden aanmerkelijk beter zodra we Kyiv passeren. Moskou, 800 kilometer, staat er op borden naast de weg. Met een hakenkruis erbij, want echt goed is de relatie met de oosterburen niet op dit moment. We steken de Dnipro over, naar het Oekraïne van de linkeroever. Het principe is simpel: of iets op de linkeroever of rechteroever ligt heeft niets te maken met een kaart die je voor je hebt liggen, keurig met het noorden naar boven wijzend. Om te bepalen op welke oever je je bevindt, volg je de rivier in de richting waarin hij stroomt. Het komt er in de voormalige Sovjet-Unie dan meestal op neer dat je vanaf Moskou redeneert. Wat je in Kyiv beter niet hardop kunt zeggen. Door de strijd met Russische separatisten in Donetsk en Loehansk en de gesloten grens met de Krim passen we onze reisplannen aan en nemen we een meer noordelijke route door Oekraïne, om daarna 1500 kilometer om te rijden door Rusland.

In plaats van een nieuw bezoek aan Transnistrië en aan de zuidelijke plaatsen Bilhorod-Dnistrovskyi en Odessa, leidt de weg nu naar Baturyn in het noorden van Oekraïne. Het houten Kozakkenfort is een paar jaar geleden volledig herbouwd. Ooit de hoofdstad van het Kozakken-Hetmanaat, een autonome Kozakkenrepubliek op de linkeroever van de Dnipro, is Baturyn nu een onbeduidend stadje met vrolijk gekleurde houten huisjes van één verdieping hoog. Ook in een provinciaal stadje als hier zijn de oorlogswonden zichtbaar: bij de ingang van het fort hangt een gesigneerde Oekraïense vlag. Een lijst namen herinnert aan de gevallenen uit Baturyn. Bij de kassa hangen foto’s van de door Rusland gevangen genomen pilote Nadija Savstjenko.

Vlakbij Baturyn ligt kunstenaarsdorp Obyrok. We worden meteen uitgenodigd door een gezette vrouw met gouden tanden die een vervallen schuur wil verbouwen tot datsja. Ze is gisteren begonnen en de ravage is enorm: overal hooi, half ingestorte steunbalken, een dak vol gaten. Het blijkt de norm in Obyrok: iedereen bouwt hier, geheel naar eigen inzicht, zelf zijn huis. Zoals Serjosja. De verlegen man heeft zijn flat in Kyiv verkocht en een hutje van vier vierkante meter gebouwd. Veel meer dan een bed en een waterkoker staat er niet in, maar Serjosja’s klushok is groter. Kunst gaat hier boven comfort.

De huizen in Obyrok zijn kunstig beschilderd, in de velden staan tientallen bont geschakeerde vogelverschrikkers, de dorpsput is versierd met houtsnijwerk en uit een verzameling Leninbustes groeien jonge boompjes. Nieuw leven dat ontspringt uit de brokstukken van de Sovjet-Unie. Na samen met de meisjes Magdalena en Patagonia en hun oma pannenkoeken en appels te hebben gegeten, leidt de jonge Pasja ons rond door het dorp. Ook hij heeft zijn huis zelf gebouwd. Of liever, hij bouwt het nog steeds. Maandenlang sliep hij in een tent en werkte hij in de bouwval. Makkelijk is het niet. Pasja heeft een eigendomsbewijs van het stuk grond, maar bezit officieel geen huis. “Maar ik heb wèl een huis!” zegt hij trots. Ik vertel hem dat zoiets in Nederland ondenkbaar zou zijn. “Bij ons heb je een vergunning nodig als je een dakraam wilt bouwen,” leg ik uit. Pasja kijkt me ongelovig aan. “Hier is het anarchie,” concludeert hij tenslotte vergenoegd.

Een pad door het dennenbos leidt ons naar een ander deel van Obyrok. Rondom de schuur die hier lang geleden stond is een tweede dorpje gegroeid. “Het slaan van een put voor het dorp is zwaar werk, maar we zijn een team. Alles doen we hier samen.” Nou ja, zo idyllisch blijkt het niet helemaal te zijn. De oudjes die al hun leven lang in Obyrok wonen zijn niet allemaal even gecharmeerd van de nieuwkomers. “Ze zuipen liever zelfgestookte samogon dan samen spelletjes te spelen,” verzucht Pasja, “terwijl de meeste kunstenaars geheelonthouders zijn.” Toch, Obyrok is zijn thuis, ook nadat de schuur die dienstdoet als dorpshuis tijdens een wild nieuwjaarsfeest is uitgebrand. Terug naar zijn geboorteplaats kan Pasja niet – hij komt van de Krim. “Zo heet als daar wordt het hier ‘s zomers niet, maar het strandje aan de rivier is best aardig.” Eigenlijk wil Pasja ook helemaal niet terug, al verlangt hij wel vurig naar de dag dat Poetin sterft.

De politieke zorgen lijken ver weg in het kunstenaarsdorp, waar Ilva en Rune vliegeren met de meisjes uit het dorp, samen tekenen bij het kampvuur en waar we zandhagedissen vangen en ringslangen zien. Het podium achter de mooie houten huizen blijft leeg. “Eigenlijk moeten jullie in mei terugkomen, voor het festival,” zegt de oma van Magdalena en Patagonia. In het geïmproviseerde bioscoopje draait nu nog niets; de winkel met zelfgemaakte kunst is gesloten. “Het is vandaag een vrije dag,” grijnst Pasja. “Morgen ook, toch?” vraag ik. Ja, morgen ook.

Novhorod-Siverskyi in het uiterste noorden van Oekraïne is onze laatste bestemming voor we naar Rusland rijden. In de 12e eeuw was het stadje een buitenpost van het Kievse Rijk, de voorloper van het huidige Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne. Het ommuurde kremlin moest het land behoeden voor invallen van barbaarse horden. Vanaf de witte muren van het Transfiguratieklooster kijken we uit over een weids en pastoraal landschap. Tussen berken en andere loofbomen zien we de meanderende Desna, uitwaaierend en zich weer herenigend in tientallen vertakkingen. Oekraïne mag dan een lage dichtheid aan spectaculare bezienswaardigheden hebben, saai is het zelden.

Op de troosteloze parkeerplaats van ons Sovjethotel in Hlukhiv raak ik aan de praat met Vitali. De Moldaviër heeft zienderogen plezier in het gesprek waarin we beide veelvuldig schakelen tussen Russisch, Roemeens en Duits. Eva vindt het vlak voor de grensovergang niets dat ik adresgegevens uitwissel en een fles Cricova wijn als cadeau aanneem. Dat Vitali me vraagt of ik geld met hem wil wisselen wanneer we hem even later opnieuw tegenkomen, op zoek naar een tankstation, vindt ze nog dubieuzer. Vitali was vorige week in Rusland en moet roebels kwijt; ik moet van mijn hryvna’s af. Met tien gruwelijke kilometers asfalt vol gaten eindigt onze reis door Oekraïne zoals hij begonnen is. Oekraïne is voor ons een land waar oost en west ongemakkelijk met elkaar samen lijken te leven. Te westers voor Rusland; onmiskenbaar Oost-Europa voor ons. Maar met het geografische middelpunt van Europa binnen de Oekraïense landsgrenzen hebben we nog heel veel Oost-Europa voor ons. En dankzij Vitali heb ik precies genoeg roebels op zak om een Russische autoverzekering te kopen.

Reflectie
een kaasteel in oekraaiene

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*