Verzin eens iets nieuws II

Stas sliep bij Alexandru en Eugen, die deze zomer hielpen de kerk in Saharna op te knappen. Ze wilden vandaag ook Ţipova wel eens zien en sleepten de hele dag een groot touw met zich mee. Omdat Moldaviërs een stuk geslotener zijn dan Roemenen werd het doel van dit touw niet aan de grote klok gehangen. Of ik me nu liever liet verrassen, te lam was om het de jongens te vragen of stug besloot me minstens zo gesloten op te stellen en desinteresse te veinzen doet er hier niet toe. Het resultaat is eender: ik liep de hele dag naar het enorme touw te staren zonder te achterhalen wat de plannen van deze vrome knaapjes waren.

Een door niemand erkende grens (EH)

Door de zware regenval van deze zomer lag het waterpeil van de Nistru twee meter boven de normale stand. Behalve dat het toch al minuscule Transnistrië hierdoor nog kleiner werd, was ook het pad van Saharna naar Ţipova hierdoor onder water verdwenen. Op een gegeven moment was er geen doorkomen meer aan in het opnieuw dichter en dichter groeiende oeverbos. We hadden twee opties: onderlangs door de rivier waden, of recht omhoog. Volgens een man met een motorbootje met weinig benzine zat de rivierbodem vol kuilen waardoor we op deze route wel vaker kopje onder zouden gaan dan de negen keer van gisteren.

Restte dus ons een weg naar boven te banen. De losse rotsen en taaie boompjes met venijnige doorns maakten de klauterpartij in de volle zon zo mogelijk nog listiger dan die van de Cheile Turenii vier jaar geleden. Alexandru en Eugen waren zo hoffelijk ombeurten Eva’s zware rugzak te dragen, maar het was een tocht die we naar beneden nooit zouden durven maken. Het volgende probleem laat zich raden: met het oorspronkelijke pad verdronken in de Nistru vonden we vanaf het plateau bovenop de heuvelrug geen weg die naar beneden leidde.

Daar, in de verte, nog meer geen bergen (EH)

Niet noemenswaardig minder abrupt daalde de heuvelrug in een de Nistru aangrenzende kloof. De kennis dat we het Ţipova-klooster verderop hoog in een bocht van de rivier hadden zien liggen liet een wrange nasmaak achter: na het doorwaden van het modderige moeras aan de voet van de helling moesten we straks weer helemaal naar boven, en het was nog maar de vraag of het deze keer via een enigszins begaanbare weg kon.

Wie dan leeft, wie dan zorgt. Eerst douchten we ons provisorisch onder een waterval. Minder extreem koud dan gisteren, maar water dat van vijftien meter hoog op je hoofd klettert heeft weer andere nadelen. Na de wijze les van gisteren besloten we onze bagage niet meer onbewaakt achter te laten: de dames bleven bij de tenten, terwijl de mannen voor voedsel gingen zorgen en het klooster alvast bezochten. Het touw ging mee.

Op een half uur lopen van onze tenten lag, bovenop de heuvelrug, het dorpje Ţipova. Het was zondag in het gehucht en op een dorre zandvlakte speelden de jongens voetbal. Zij die hiervoor te jong waren speelden voor de met ouderwetse houten banken ingerichte dorpsschool. De ouden van dagen sloegen het schouwspel vanuit de schaduw van de spaarzame boompjes gade. De kaalheid van Ţipova deed sterk aan de dorpen van de Donaudelta denken. Hadden de mensen in Ţipova contact met de buitenwereld? Wisten ze dat de Sovjetunie niet meer bestond?

Onontdekt Ţipova (EH)

Ik besloot Ţipova te laten slapen. Uit een dergelijke droom zou ik ook niet gewekt willen worden. Het dorpje telde één donker winkeltje, waar spijkers en enkele voedingsmiddelen verkocht werden. We haalden er anderhalve kilo kip, Chişinău-bier (één van ‘s lands drie merken) en ijsco’s. Brood was niet voorradig, maar een priester uit de kerk vlakbij het klooster gaf ons graag anderhalf brood. Maïs (‘porumb’ in het Roemeens maar ‘popşoi’ in het Moldavisch), het favoriete gerecht in dit land, moest stiekem geplukt worden.

Onderweg naar het klooster, iets lager in de rotswand uitgehakt, werd het touw-plan in al haar glorie uit de doeken gedaan. Alexandru en Eugen sprintten de berg op, terwijl Stas me aan de mouw trok. Wij gingen naar beneden, naar het klooster. Voor we de historische plaats bereikten hielden we halt. Uit de lucht zwiepte een touw naar beneden. Een rafelig, oud touw. Ik haalde mijn schouders op en ging met Stas verder. Alweer een 13e-eeuws klooster in de rotswand. Deze keer betrof het een uitzonderlijk fotogeniek gedrocht. De verlaten kamers waren gevuld met stro; de muren aan zowel binnen- als buitenkant beklad in Cyrillisch en normaal alfabet. Er werd duidelijk niets ondernomen om dit monument te behoeden voor verval. Geen excursies, geen borden met uitleg of waarschuwingen, geen ansichtkaarten. Modder maar lekker aan met ons klooster, riepen de Moldaviërs in koor.

Gietijzeren rotzooi (EH)

Op de terugweg zagen we iets snel langs de rotsen naar beneden gaan. Het was erg groot, ongeveer net zo groot als een mens. Net zo groot als Eugen, om precies te zijn. Daar was het touw dus voor meegezeuld. Ook Alexandru waagde zich met succes aan de tachtig meter lange afdaling langs het rotsklooster. De spanning was van Stas’ lichaam af te lezen. Al voor Eugen hem uitnodigde de klimbroek aan te passen had hij de tas vol kip aan de reling bij de afgrond gebonden. De uitrusting zag eruit als gietijzeren rotzooi die Rusland graag aan Moldavië had meegegeven om de prutsers een fijne start als zelfstandig land te geven. Een leuk afscheidspresentje van een vriend waar Moldavië zestig jaar fijn mee had samengewoond.

De begeleiding van Eugen was ook met de beste wil niet professioneel te noemen; vandaar dat ik voor de eer bedankte. In een ziekenhuis belanden was in dit land misschien minder schrijnend dan de binnenkant van een politiecel of gevangenis te mogen bewonderen, maar het vooruitzicht bleef onaantrekkelijk. Anna had een dag later minder bezwaren. Alexandru en Eugen dachten Saharna te voet wel in twee uur te kunnen bereiken en namen het touw weer op de rug. Zonder de mogelijkheid Ţipova per openbaar vervoer te verlaten en niet van plan de zestien kilometer naar de dichtstbijzijnde t-splitsing te voet af te leggen liepen we naar het laatste huis aan de linkerkant. Onprettige herinneringen aan de griezelig realistische film The last house on the left infiltreerden mijn gedachten. Maar het dorp telde welgeteld één automobilist en die woonde hier. Misschien was hij thuis en konden we hem zover krijgen ons naar de ‘grote’ weg te rijden.

Verboden voor Russen
Transnistrische boef

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*