Vissen, vuurtje stoken en schoenen weggooien

Arad – we waren terug in Roemenië. En deze keer waren we thuis. Ik herinnerde me nog exact hoe we de camping van vorig jaar konden bereiken. Onderweg pauzeerden we voor onze eerste aankoop van belang in het land – een fles Frutti Fresh. In mijn herinnering vond iedereen het heerlijk, maar toegegeven, mijn herinneringen aan Roemenië zijn tamelijk roze gekleurd. Huh, als ik in vroeger dagen had geleefd en mij was gevraagd de bijbel te interpreteren, dan hadden de Palestijnen nu in vrede in hun woestijntje aan de Middellandse Zee geleefd, want dan stond het land aan de Zwarte Zee vandaag als Het Beloofde Land te boek.

Maar goed, de vrolijk bubbelende, tropische frisdrank hoefden we nu niet met honderden Israëliërs te delen, en aangesterkt door de drank (of wanhopig verlangend naar een plaats om uit te rusten) staken we de Mureş over om onze tent op te zetten. Als ik de Lonely Planet mag geloven hebben we die avond in Come da Mamma gegeten: weinig pretentieus met standaard Roemeense gerechten. Dat kan wel kloppen, want het beviel erg goed. Bijgekomen van de verschrikkingen van de reis (MAD) ging het opgewekt verder naar Cluj, de hoofdstad van Transsylvanië.

Cluj, ver van de camping (JS)

Ook in Cluj lag de camping mijlenver van het centrum, zonder passende busverbinding met het centraal station. We waren daarom gedwongen gebruik te maken van taxi’s. Nadat een eerste taxi graag drie personen met bagage wilde vervoeren was het even wachten op een tweede auto. Die kwam, met problemen. Drie personen met bagage, dat kon echt niet. En met andere chauffeurs was afgesproken dat geen enkele taxi op zo’n verzoek zou ingaan. Veel te zwaar voor een Dacia. Omdat taxichauffeurs onderlinge wedstrijden uitschrijven er zo onguur mogelijk uit te zien (deze chauffeur beschikte vast over een rijk gevulde trofeeënkast) leek het me verstandig Eva en Annelies niet alleen te laten reizen. Waarmee ik de sjaak was en in een derde taxi stapte. Ik keek naast me naar de chauffeur en moest concluderen dat hij de kerel van de taxi van de dames met gemak had verslagen.

Er de humor niet van inziend richtte ik mijn blik weg van de vieze stoppelbaard en het luie oog en uit het raam. Met zo’n regenval zou Transsylvanië wel vruchtbaar grondgebied zijn, maar optimale omstandigheden om een tent op te zetten bood het niet. Tussen de buien door slaagden we hier dan toch in. Na wat gegeten te hebben en Franks frisbee te hebben gesloopt stelde een nieuw noodweer ons voor de volgende keuze: ons bij de vrouwen in de tent voegen, of het café van de camping bezoeken.

Het café bood een naargeestige indruk. Zelfs de Nederlanders op de camping leken dit stukje Roemenië nog niet ontmaagd te hebben. Zou het misschien gewoon gesloten zijn? In arme landen konden ze wel eens geld besparen op de aanschaf van ‘open/gesloten’-bordjes. Een oude man spoorde ons aan plaats te nemen aan een tafel met ruitjeskleed en weinig fantasierijk bloemstukje. Wat of dat we wilden drinken. “Iets Roemeens graag,” bestelden we. De oogjes van de man begonnen al te glunderen. Even later kwam hij terug met tot de rand toe gevulde whiskyglazen. Wat de heldere vloeistof mocht wezen wisten we niet, maar het rook sterk. “Ţuica!” riep de man met onverwachte passie uit. Hij bracht de toppen van zijn vingers en duim naar zijn mond, kuste ze smakkend en hief ze ten hemel. Veel Roemeenser kon niet; dit was de crème de la crème op gebied van sterke alcoholica. Als we de man mochten geloven tenminste.

Zeven centimeter ţuica later waren we heilig overtuigd van het gelijk van deze man. Roemeenser kon inderdaad nauwelijks, gezien de prijs van een knaak voor de vijfdubbele portie. Zingend gingen Frank, Joost en ik terug naar onze tenten, waar onze vriendinnetjes schuilden voor de regen. Dat dachten we althans, want nu bleken de tenten erg leeg te zijn. Het was trouwens ook gestopt met regenen. Dan maar terug naar het café. Daar waren ze ook niet (goh). Wel zaten ze op het overdekte terras van het restaurant even verderop. Halve liters bier te drinken en te lachen. Tsss.

Omdat we de volgende dag weer nuchter waren en Frank geen badmintonset had meegenomen gingen we de stad maar eens in. Het was nu droog; ţuica kon altijd later nog. Tijdens een wandeling in de omgeving van de camping hadden we de favoriete tijdverdrijven van het Roemeense volk al weten te ontdekken. Op veel plaatsen in de bossen waren namelijk sporen van openbare vuilstort te vinden. De hoofdmoot van het Roemeense huisvuil bestaat uit schoenen. Ook langs het pad is het helemaal niet raar af en toe een achtergelaten schoen terug te vinden. Opvallend is dat het hier nooit paren betreft. Lopen mensen hier echt op één schoen door als de ander versleten is? Ja, zo zouden we later constateren.

Visfull thinking (JS)

Verder mogen de Roemenen graag een kampvuurtje stoken. Het liefst op klaarlichte dag, dan zie je tenminste waar je mee bezig bent. Als het even kan worden op dit vuur vissen gebakken (en dingen uit conservenblikjes – maakt niet uit wat). Want dat is hobby nummer drie in dit land. Hoe smerig een rivier ook is, als een Roemeen water tegenkomt gooit ie er zijn hengel in uit.

Zo ook in downtown Cluj. De toch al onreine Someşul Mic was na de hevige regenval van de afgelopen dagen aangezwollen tot een kolkende modderstroom. Toch hield het ondoorzichtig bruine water de hengelaars niet tegen. Tegen een achtergrond van verlaten grijze flatgebouwen gaven ze een fraai staaltje ‘visfull thinking’.

Cluj wordt officieel Cluj-Napoca genoemd, maar geen mens neemt tegenwoordig nog de moeite aan de Dacische nederzetting Napoca te refereren. Op de fanatiek nationalistische burgemeester Funar na, uiteraard. Overal in de stad, aan elke lantaarnpaal en op elk openbaar gebouw prijkt fier de Roemeense vlag. Zelfs de banken in de stadsparken zijn in de nationale driekleur geverfd. In Cluj woont nog altijd een grote Hongaarse minderheid, maar de sympathieke burgervader liet in het verleden al alle Hongaarse straatnaambordjes van de muren halen.

Is dat geen Hongaar? (JS)

Waar Roemenen en Hongaren op veel plaatsen best samen door één deur kunnen zijn sommigen het verleden nog niet vergeten. Vanuit Hongaars oogpunt zijn de Roemenen indringers: Transsylvanië behoorde ooit tot Hongarije. Er leven nog altijd veel Hongaren in het gebied: bijna 20% van alle inwoners is Hongaar. Toch valt voor het Roemeense standpunt ook wat te zeggen. Transsylvanië behoorde namelijk voor het laatst tot Hongarije van 1940 tot 1944. Jaartallen waarbij meteen een belletje gaat rinkelen. In die tijd werden hele Roemeense dorpen van de kaart geveegd en velen gemarteld en/of vermoord. De Roemenen in Transsylvanië hebben daarom zo hun twijfels over Hongaars zeggenschap in de regio.

Daar Cluj ook heel wat interessante monumenten, kerken en pittoreske gebouwen telt hadden wij het die dag te druk om ons bezig te houden met het Roemeens-Hongaarse vraagstuk. Het centrum van Cluj kwam warm en vriendelijk over. Het leek erg klein voor een stad met meer dan 300.000 inwoners. Hoewel Eva en ik helemaal niet van steden houden (ik verdenk Joost van hetzelfde – hij komt immers uit Vessem) keerden we later toch nog eens terug naar ‘Klausenburg’, zoals de Saksen de stad noemden. Maar dat heeft meer met Daniel te maken.

‘s Avonds aten we namelijk in restaurant Silva, vlakbij de camping. Hier werd – uiteraard – Silva bier getapt, wat ons werd gebracht door een kleine, vrolijke student. Hij had het al snel door. Frank had zijn soep zoals altijd als laatste op, en zat een tijd later gestaag zijn koud wordende frietjes weg te prikken, terwijl de rest van onze groep ondertussen wel een toetje zou lusten. “Always the last,” kwam Daniel zich er lachend mee bemoeien. Dat schoot bij Frank in het verkeerde keelgat, maar Daniel had zich met deze opmerking van een fijne fooi verzekerd bij de rest. Na wat met hem gekletst te hebben over zijn studie wisselden we adressen uit. Niet tevergeefs, zo zou later blijken. Tegenwoordig krijgt de afgestudeerde Daniel het ene aanbod na het andere van goedbetalende bedrijven, dus met een beetje geluk zien we hem met zijn vriendin Bianca nog wel eens terug in Nederland.

Gemiste penalty's
Perpetual, maar het leek langer

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*