Vol in z’n achteruit

De reis die we in het holst van de nacht vanuit Iaşi waren begonnen was er een die ons terug in de tijd had gevoerd. We bevonden ons in een houten berghut die ooit aan Koning Mihai had toebehoord. De cabana lag zeven kilometer van het dichtstbijzijnde dorp, Valea Putnei. Echt hoog in de bergen zaten we niet, maar wel verdomd geïsoleerd. Tegenwoordig hadden nog drie kamers in het drie verdiepingen tellende gebouw glas in de ramen zitten. Eén van die kamers werd permanent bewoond, de andere twee waren voor ons.

Beter wordt het niet (EH)

Door een misverstand zou de groep metaalliefhebbers waar Florin mee had afgesproken de volgende dag pas aankomen, op oudejaarsdag. Daardoor hadden we één van de twee kamers de eerste nacht lekker voor ons zevenen: Florin, Radu, zijn Oana, een andere Bogdan dan die bekend van eerdere verhalen, diens Oana, Eva en ik.

Ook al waren de voorzieningen primitief, we hadden wel elektriciteit en daarmee licht. De stoffige stapelbedden waren met wat fantasie breed genoeg om met z’n tweeën in te liggen en dankzij een enorme stenen kachel waar je lekker op kon zitten hadden we het al snel rokerig genoeg. Florins ronde Duitse helmpan paste precies in het gat van de kachel, waardoor Eva en ik gewoon konden koken. De Roemenen zouden zich wel drie dagen redden met hun koekjes en koude worsten.

De wc was helaas buiten. Op zich geen onoverkoombaar obstakel, maar er kleefden twee nadelen aan. Eén letterlijk, één figuurlijk. Een wandeltocht van 150 meter over gladde bodem is namelijk wat veel, en niet eens van het goede, als er twintig meter verderop een bos is. En wat betreft dat letterlijk kleven hoef ik denk ik niks uit te leggen. Met de regen (…) vrolijk tikkend tegen de ruiten vielen we bedwelmd door palinca, Tuborg Christmas Brew en de bijna tastbare rook in slaap.

Bedwelmd door rook, bier en palinca (EH)

Om tien uur ‘s ochtends werden we wakker van gestaag de kamer binnenstromende Roemenen. De bende uit Suceava was aangekomen. Enkelen van de meisjes (uiteraard op hoge hakken) hadden wat meer luxe verwacht, half aannemend dat het met de beschrijving van de cabana die hen door hun vriendjes was voorgeschoteld wel los zou lopen. Die Roemenen zijn ook zo’n verwend volkje.

Buiten de berghut was het een natte, droevige bedoening, maar binnen was het feestje al begonnen. Elke jongen had zijn eigen, thuisgemaakte palinca (‘raciu’) meegenomen, variërend in sterke van 50 tot 70% alcohol. En iedereen vond zijn eigen palinca de beste, dus als je eenmaal één slokje bij iemand had genomen kon je mooi vergeten dat je er snel tussenuit kon knijpen. Als palincaminnende medemens kon ik daar absoluut niet mee zitten, zeker niet daar de muziekkeuze (de radio was ondertussen geïnstalleerd) ook prima was. Sfeermaker Mambo Kurt zette de tent aardig op zijn kop. Florin en Radu waren de laatste tijd erg into slechte muziek en ze waren dan ook als kindjes zo blij met de ‘Mambo Hurt’ cd die ik ze gaf.

Het goede nieuws kwam niet veel later, toen Florin de kamer binnenstormde: “Winter has finally come upon our lands!” Anderhalve seconde later stonden we buiten en inderdaad: de regen was overgegaan in sneeuw! Eerst kleine vlokjes, maar al gauw zakte de temperatuur tot ver beneden het vriespunt en werden de sneeuwvlokken als eieren zo groot. Het duurde dan ook niet lang voor de derde Bogdan van de vakantie (deze speelde in Florins Vikingband Bucovina) kwam vragen of we mee gingen sleeën. Bogdan, een vrolijke langharige kerel die acht of negen liter palinca mee had genomen en dit godenvocht ook al vanaf de eerste sneeuwvlokken buiten met zijn vriendin stond te drinken, had er zin in.

Dodenrit (EH)

Gewoon de helling afsleeën was voor ons, Einherjer, natuurlijk geen uitdaging. Liggend, staand, achterstevoren met toeters en feestmutsen. Ons kon het niet gek genoeg. “From the town of Suceava, northern Romania, Bogdan Luparu will defend his title as fastest sleigher of the world!” De beloning voor elke met succes afgelegde dodenrit was een slok palinca.

En toen was 2002 ineens afgelopen. Nou ja, zo plotseling gebeurde het nou ook weer niet; we hadden het natuurlijk al wel een beetje aan zien komen. De Roemenen hadden buiten een kampvuur aangelegd (hiervoor hadden ze eerst door twintig centimeter sneeuw moeten graven en daarna door een halve meter ijs moeten hakken) en op bankjes hier omheen zittend konden we genieten van Eva’s sterretjes en de twee vuurpijltjes die waren meegezeuld door de afgelegen vallei. Aangezien ik zelf ook zeven liter bier mee had gesleept kon ik me levendig voorstellen dat er in de met palinca volgestouwde Roemeense rugzakken weinig ruimte voor vuurwerk was gereserveerd.

Ver van de bewoonde wereld begon voor ons in deze besneeuwde wereld 2003, bij een kampvuur onder een heldere sterrenhemel. Een jaar dat voor ons ook nog eens een uur langer zou gaan duren dan de meeste voorgaande jaren.

Weg tempo
Man is like a piece of cheese

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*