Wat als je niet van jurken houdt?

In Oezbekistan raak ik betoverd door de prachtige jurken die vrouwen dragen, in alle mogelijke kleuren en stijlen, maar allemaal met minder decolleté dan bij ons normaal is. Ik wil niet te veel aanstoot geven, dus laat ik een ikat jurk maken die redelijk beschaafd is en neem de hals van een andere jurk wat in. We moeten nog even vooruit en voorlopig zal het uiterlijk van de vrouwen niet losbandiger worden. De druk op hoe je er als vrouw uit hoort te zien is in Oezbekistan al voelbaar: het is mooi en vrouwelijk, maar zijn al die laagjes wel praktisch in de katoenvelden? Is het niet te veel zweten met die glimmende stoffen? Wat als je niet echt zo van jurken houdt? Een foto van mij in lange broek in de nieuwsbrief riep al reacties op van “dit moet in de krant,” maar als iemand me zou verbieden om een lange broek te dragen, dan zou ik dat slecht trekken. En ik weet te weinig van Oezbekistan om te weten hoe het werkt – wat gebeurt er als je als lokale vrouw een jurk met spaghettibandjes draagt?

In Turkmenistan wordt het een tandje erger – de vrouwen nóg mooier, in lange rode of groene gewaden, slank getailleerd, lange mouwen en borduurwerk om de hals tot op de navel. Schoolmeisjes dragen versierde groene jurken en een kek hoedje op hun vlechten. Jonge meisjes dragen er een wit schortje overheen. Het is indrukwekkend om de caissières uitgedost te zien als diva’s, in rode jurken, hoge hakken en foutloos gekapt en opgemaakt. Getrouwde vrouwen dragen lange jurken en kleurige hoofddoeken rond een soort kap gevouwen, met prachtige lange vlechten. Hier voel ik me als gekreukte wereldreiziger met verwassen kleding die niet aan de norm voldoet nog minder op mijn plaats (wat de mensen niet tegenhoudt om met ons op de foto te willen). Maar wat als een jurk je niet staat? Wat als het je niet uitmaakt hoe je eruit ziet en gewoon je gang wilt gaan? Wat als je liever realistisch bent en iets luchtigs of bloots aantrekt als het dagen achtereen meer dan 35 graden is? Ik heb er op gelet en zag geen vrouwen in broek, wat je in Oezbekistan nog wel eens zag.

Van Iran wist ik tevoren wel dat ik me qua kleding aan moest passen – ik had geen aparte jurken meegenomen, dacht wel iets met laagjes te doen en ik had een mooie zijden shawl gevonden in Oezbekistan. Maar in het gebied waar we Iran binnenkomen is weinig ruimte voor improvisatie: in de beklemmende hitte hullen de vrouwen zich in een lange doek, als jurk, hoofddoek en gordijn (welke ‘s nachts in de kamer wordt gespannen) ineen. Blote voeten mag wel, en je ziet weinig vrouwen met het gezicht bedekt over straat gaan, maar verder blijkt het hele vrouwenlichaam aanstootgevend verklaard. Waar ik hiervoor nog wel wat ruimte zag voor mijn eigenwijsheid (iets blotere armen dan zij), lijkt hier helemaal geen ruimte om zelf te kiezen en daar ben ik wel een paar dagen goed van in de war. Het idee dat je jezelf moet bedekken geeft me het gevoel dat ik er minder mag zijn; ik laat van de weeromstuit dan ook Joost maar al het praatwerk opknappen, terwijl zijn Russisch hem hier geen voorsprong meer geeft. In lange mouwen, lange legging, jurk eroverheen en hoofddoek vind ik dat ik het meeste over de warmte mag klagen, terwijl we het allemaal moeilijk hebben met de hitte.

Veel vrouwen dragen hier een ‘manteau’, wat ik thuis een zomerjas zou noemen, over hun jurk of broek en men zegt dat dat comfortabel is. In de stad Gorgan proberen we te pinnen (schijnt wel te kunnen tegenwoordig in Iran, uiteindelijk niet gelukt, lang verhaal) en wil ik een manteau kopen. Zo beland ik gechaperonneerd door de moeder en broer van onze gastheer Arash in een manteauwinkel waar ze me de ene na de andere vreselijk dikke mantel aanpassen, en ik uiteindelijk met een Thaise tuniek (dat mag ook; lange mouwen en het moet over je billen vallen) thuis kom waar ik me nog wel in kan bewegen. Met Arash kan ik goed praten en zijn familie is weinig traditioneel. Toch leggen ze zich gelaten neer bij de verplichtingen op straat en wijken daar buitenshuis niet van af. Binnenshuis mag de sluier af; buitenshuis kun je dat niet maken. Wel wordt het de laatste tijd wat losser, zegt Arash: je ziet dat veel vrouwen hun manteau open dragen. Wat verder westelijk, meer onder de rook van Teheran, lijkt er meer ruimte voor stil protest: vrouwen dragen de hoofddoek veel meer naar achteren of laten hun lange haar er onderuit komen. Op de foto gaat de hoofddoek vaak af (en ze gaan heel vaak op de foto).

Vrouwen vragen me hoe ik het vind, die hoofddoek, en vertrouwen me toe dat ze er een hekel aan hebben. Maar nog steeds: zeker geen blote armen of benen en niemand zónder hoofddoek. Ik raak meer aan het ongemak gewend; in de bergen is het minder warm en kan ik me er minder druk om maken, maar het hele idee dat de (religieuze) staat je verplicht bepaalde kleding te dragen, is me zo vreemd. In Nederland kennen we natuurlijk ook gemeenschappen met kledingvoorschriften en onze ouders mochten ook niet alles vroeger. Maar toch, als ik een jurk met te veel kleur aantrek, kan men in Uffelte wel opkijken, maar ik hoef niet bang te zijn dat andere vrouwen me toefluisteren: “Let op je chador”, of dat de politie me aanhoudt en ik me moet verantwoorden op het bureau (voor alcohol drinken krijg je 99 zweepslagen; voor verkeerde kleding 70). En als ik dan toch denk aan Uffelte – we weten niet hoeveel vrijheid we hebben en gebruiken het te weinig. Ik zou best wat meer gekleurde jurken in het straatbeeld willen zien.

Cultuurshock
Koortsdroom

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*