Weinig Portugezen voor zoveel Portugal

We lieten de asymmetrische middeleeuwse brug van Mirandela achter ons om aan de rand van het uitgestrekte Parque Natural Montezinho te kamperen. Het noorden van Portugal leek in veel opzichten op Ierland. Het was groen, golvend, koud en nat. Stenen muurtjes markeerden grenzen die iedereen koud lieten; uit grove rotsblokken opgetrokken huizen sloten het regenachtige weer buiten en de weinige in de regio achtergebleven bewoners binnen. De dorpen in Trás-os-Montes stroomden langzaam leeg. Houten bushokjes zonder tijdschema’s stonden vergeten langs de kant van de weg te wachten op reizigers die nooit meer zouden komen.

(triomfantelijk:) Toch geen zonvakantie! (EH)

De tragiek bleef voorbehouden aan de wereld van de mensen. De grauwe regensluier wekte het dorre Iberische schiereiland hier plaatselijk juist tot leven. Het uitbundige groen was doorspikkeld van paars, wit en geel. Had ik er als bioloog gewerkt, dan zou ik klagen over de regen. Nu mocht ik me zelfs over de kleinste, bruine flutsalamandertjes opwinden: Triturus boscai zag er niet uit, maar kwam alleen in Portugal en Spanje voor!

Eva voelde zich schuldig doordat ze een salamander in een afvoerpijp van een bron had laten verdwijnen, maar afvoerpijpen komen midden in natuurreservaten zelden in riolen uit. Lang kon ze er niet om malen. Verspreid over het landschap getuigden bouwvallige huisjes van menselijke bewoning in lang vervlogen dagen, daar waar nu slechts vleermuizen een thuis hadden. Ik had mijn amfibieën, Eva haar gevleugelde zoogdiertjes. Maar we mochten ze niet voor ons alleen houden. Vlak naast ons stond ineens een nieuwe tent op de camping. “Vast weer een Hollander,” klaagde ik alvast voor de zekerheid. Later had hij het lef me daarop aan te spreken. “Je moet oppassen met wat je zegt hoor, want ik kan het allemaal verstaan.” Ja, dat hadden we hier in Portugal eerder gehoord. Het viel mee: meneer was bioloog. Moeder de vrouw had het blijkbaar niet zo op biologenpraktijken want hij moest alleen op vakantie.

Dat moet ik de komende maanden nog vaak genoeg doen (JS)

Da’s ook zonde van zo’n grote auto, dachten wij. Na gisteren een lift van een Portugees echtpaar op leeftijd met dito pick-up truck en een schappelijke Duitse jongen die eveneens alleen op pad was te hebben gekregen, hoefden we nu weer niet te lopen door te regen. Gelukkig maar, want lopen was dan inderdaad de enige optie. In het Montezinho-park kon je uren ronddwalen zonder iemand tegen het lijf te lopen en openbaar vervoer kenden ze er niet. Onze reisgids zei niets teveel over het natuurpark: ‘een waterrijk berggebied’. Veel meer werd er niet over verteld, maar we voelden aan onze kleren dat met deze opmerking de spijker op zijn kop was geslagen.

Het zou de bioloog – helaas zonder baard, maar wel op sandalen – worst wezen. Van alles wat een beetje op natuur leek moesten foto’s worden gemaakt. Ja, wandelen met biologen gaat altijd tergend langzaam, zelfs als het praktisch onder water gebeurt. Een tempoversnelling van Eva gaf me valse hoop, want de richting was van het pad af en alle heisa was enkel om een dikke vette muis te vangen. Stagebegeleider Sander was na afloop net zo onder de indruk van de foto als de gesandaliseerde bioloog op dat moment was. Wat voor soort het ook al weer was ben ik vergeten – vast een Iberische woelmuis ofzo.

Overal rijstvelden vol wijn (EH)

De Barragem da Serra Serrada maakte de troosteloosheid compleet. Door de waas van de regen zagen we een grijze watervlakte liggen die ergens onmerkbaar overging in de grijze lucht. In troebel water is het goed vissen, zeggen ze, maar ik had op dat moment weinig zin in spreekwoorden. Jammer, want had ik beseft hoeveel spreekwoorden er over water gaan, dan hadden we een leuk spelletje kunnen spelen om de tijd te doden. In plaats daarvan sopten we nu met z’n drieën naar een verlaten schoolgebouw om een boterham te eten en daarna terug te rijden naar de camping.

Een dag later deden we Bragança aan. Hadden we ook wat cultuur gedaan, want hier hebben ze heel vroeger een kek kasteeltje gebouwd. Dit weinig pretentieuze stadje zei alles over de uitgestrekte provincie waar het de hoofdstad van was: met zijn 15.000 inwoners stelde het niks voor. Dat de bussen het geïsoleerde Trás-os-Montes überhaupt aandeden was een meevaller. Misschien hadden de Portugezen uit de stad medelijden met hun broeders die klemzaten in deze mooie gevangenis in de bergen en wilden ze hen de kans bieden te ontsnappen. Maar er waren nauwelijks gevangenen over om te ontsnappen. Al snel waren we de enige passagiers in de bus die de reis naar het verre Coimbra maakten.

Het is Bladel niet
Je kunt hier van het dak eten

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*