Wij lopen liever om

Frank en Joost hadden een overeenkomst gesloten over de verdeling van hun bagage. Tijdens de eerste helft van onze tocht door het Rarău-gebergte (een slecht omen – de naam betekende zoveel als ‘slechte, kwaadwillende’ bergen) zou Frank de tent dragen; daarna zou de rugzak van Joost wat zwaarder zijn. Joost had dus netjes bedongen dat hij de zware last alleen bergaf hoefde te tillen.

We lieten Câmpulung Moldovenesc – een interessante collectie houten lepels ten spijt – na aankomst met de trein snel achter ons. De eerste etappe van onze bergtocht zou naar Cabana Rarău leiden. Hoewel de doorsteek van Câmpulung Moldovenesc naar Vatra Dornei aan de andere kant van de bergen best in twee dagen gemaakt kon worden, kozen wij ervoor drie dagen de tijd te nemen.

Cabana Giumalău (EH)

Cabana Rarău lag veertien kilometer bergop langs een goed begaanbare weg. Tenzij je Roemeen bent. We kwamen namelijk een groepje jongens tegen dat niet van plan was veertien kilometer te lopen. Roemenen zijn dol op short-cuts. Hun definitie van een shortcut is een ‘kortere route’. Een vrij beperkte definitie met haken en ogen. De vrijwillig verkozen shortcuts zijn meestal slecht begaanbaar, abnormaal steil en in tijdsduur nauwelijks voordeliger dan de originele route. En je wordt er ontzettend moe van.

Na samen met de jongens wat haarspeldbochten afgesneden te hebben verlieten we de weg en liepen we door duistere loofbossen. Shortcut of route, dat was ons al lang niet meer duidelijk. Zolang we maar bij de Roemeense wandelaars bleven zaten we in ieder geval niet als enige verkeerd. Midden in het bos stonden we plotseling voor een grote houten kerk. Hier elke zondagochtend heen moeten lopen was vast ook geen pretje. Zeker met al die shortcuts die je kon nemen. Deze manier van zelfkastijding meer dan beu kozen we ervoor, zodra we de weg weer bereikten, deze ook aan te houden. Hierbij kruiste de slingerende weg het kaarsrechte pad van de Roemeense jongens meerdere malen. Afgepeigerd als ze waren moet gezegd worden dat ze zich wel stug aan hun idealen vastklampten, ook al hield dat in dat wij de cabana eerder bereikten.

Cabana Rarău had meer weg van een hotel. Boven het gebouw torenden de imposante Pietrele Doamnei (de ‘stenen van de vrouw’ uit). Rotsen waar de Moldavische prins Petru Rareş (de baas van 1527 tot 1538) weinig goede herinneringen aan zal hebben. Zijn vrouw zal van de 70 meter hoge punt wel een flinke smak gemaakt hebben. In de cabana vroegen we een kamer voor vier personen, waarna Joost meteen een fles wodka haalde. Hij werd enorm afgezet en moest acht gulden betalen voor één fles. Daar genoot hij gelukkig wel zo van dat iedereen mocht horen dat zijn vriendin lekker grote borsten had. Zijn Catan-spel leed wel onder zijn aangeschoten manier van spelen: zowel Frank als ik hadden weinig moeite met zijn dronkemanstactieken, die naarmate de avond vorderde steeds doorzichtiger werden.

Tactisch overleg onder ons raam (EH)

‘s Ochtends heerste er grote bedrijvigheid onder ons slaapkamerraam. Het wemelde er van de militairen. In Roemenië is het traditie dienstplichtigen zo hoog mogelijk in de bergen te stationeren: veel leuker dan ontgroenen. Aangezien we nu toch wakker waren konden we wel wat vroeger beginnen aan onze tweede wandeltocht, die lekker simpel zou worden. We hoefden slechts 400 meter te klimmen naar cabana Giumalău en hemelsbreed zag het er ook uit alsof we de vingers in de neus mochten laten.

We kwamen bedrogen uit. Doordat we niet veel water en brood hadden zette Frank zichzelf op een onnodig streng rantsoen. Als je dorst hebt moet je gewoon drinken, anders droog je uit. Bronnen genoeg in de bergen, voor noodgevallen. Natuurlijk is het dan slimmer niet dàt water te drinken dat al over de grond is gestroomd en waar weet ik wat voor dode beesten in hebben kunnen liggen rotten, maar die les leerde Eva op de vervelende manier.

Ook de geïsoleerde cabana Giumalău (met buitenbad met uitzicht op de bergen) verkocht geen brood. Er werd eigenlijk ook niet voor gasten gekookt, maar de lieve eigenares maakte graag een uitzondering. Eva, Joost en ik lieten ons de gebakken kaasflappen, salade en broden smaken, toen ons ineens opviel dat Frank zijn eten nog langzamer wegprikte dan anders. Zijn grijze gezicht werd bovendien langzaam maar zeker groen. Voor hij plat met zijn gezicht op zijn bord flauw kon vallen escorteerden we hem naar buiten. De tocht (die ook uren langer had geduurd dan onze optimistische schatting) was duidelijk te inspannend geweest in combinatie met Franks dieet van kleine hapjes brood en kleine slokjes water.

De wereld als badkamer (EH)

Toen even later ook Eva haar maag binnenstebuiten keerde na het drinken van niet al te zuiver water of het eten van foute bessen eerder die dag was het aan Joost en mij om onze arme gastvrouw ervan te overtuigen dat het echt niet aan haar kookkunst had gelegen. Op 1600 meter werd de avond snel kouder. De tweede dag had zijn tol geëist: alleen Joost en ik keken nog over onze halve liters bier uit naar de zonsondergang boven deze eenzame bergen.

Het looptempo van Frank was er de volgende dag niet op vooruit gegaan; zijn huidskleur gelukkig wel. Met meer pauzeren dan lopen daalden we de vijf uur in beslag nemende weg naar Vatra Dornei af. Een luxe uitziend kuuroord (al hadden de urinoirs op het station geen leiding om de urine af te voeren, zodat je onverwacht je eigen schoenen stond te besproeien) met dito camping. Een laatste overnachting, een laatste wodka, een laatste keer in een ellenlange rij staan voor een treinkaartje en ons weerzien met Roemenië was voorbij.

Nou hadden we verdorie nóg niet alles gezien in dit land…

Fröliches Weihnachten durch VACUOLES im Idar-Oberstein. Also.
Humor

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*